Een hartstilstand is een situatie waarin veel mensen blokkeren. Niet omdat ze niet willen helpen, maar omdat er meteen vragen opkomen. Mag je dit wel doen? Kun je iets fout doen? En wat als de AED “iets raars” doet? Zulke twijfels zijn begrijpelijk, maar ze kunnen kostbare minuten kosten. Volgens de Hartstichting is een AED juist gemaakt om ook door omstanders gebruikt te worden, met duidelijke gesproken instructies. Wie zich wil voorbereiden, zoekt vaak eerst basisinformatie op of schaft een AED aan, bijvoorbeeld via AEDwinkel.nl.
Mythe 1: “Zonder cursus mag je geen AED gebruiken”
In Nederland mag iedereen een AED gebruiken. Je hoeft dus niet te wachten op een professional om te starten. De Hartstichting legt uit dat een AED je stap voor stap begeleidt. Een cursus helpt wel om rustiger te blijven en sneller te handelen, maar het is geen vereiste om te mogen helpen.
Mythe 2: “Een AED kan zomaar een schok geven”
Een AED analyseert het hartritme en adviseert alleen een schok als het apparaat een zogenoemd schokbaar ritme herkent, zoals ventrikelfibrilleren. Is er geen schokbaar ritme, dan geeft de AED geen schokadvies. De Hartstichting benadrukt daarom dat je het apparaat kunt vertrouwen in die analyse. Het blijft wel belangrijk dat je tijdens de analyse niemand het slachtoffer laat aanraken, omdat dit de meting kan verstoren.
Mythe 3: “Met een AED hoef je geen hartmassage meer te doen”
Een AED vervangt borstcompressies niet. Je start met reanimeren zodra iemand niet reageert en niet normaal ademt. Daarna gebruik je de AED zodra die er is. De Reanimatieraad beschrijft dat je de instructies van de AED direct opvolgt en daarna meteen weer doorgaat met borstcompressies. Ook als de AED geen schok adviseert, ga je door met het reanimeren tot professionele hulp het overneemt.
Mythe 4: “Je kunt het slachtoffer gewoon blijven vasthouden”
Dit is vooral een veiligheidsmythe. Tijdens de ritmeanalyse en bij een eventuele schok mag niemand het slachtoffer aanraken. De AED zegt dat ook hardop, bijvoorbeeld “niet aanraken”. Dat is niet voor de spanning, maar om veilig te werken en om een betrouwbare analyse te krijgen. Zodra de AED aangeeft dat je weer mag reanimeren, ga je direct verder met borstcompressies.
Mythe 5: “Je moet eerst zeker weten dat het een hartstilstand is”
Je hoeft geen diagnose te stellen. De praktische vuistregel uit reanimatierichtlijnen is: reageert iemand niet en is er geen normale ademhaling, dan bel je 112 en start je met reanimeren. De meldkamer kan je daarbij telefonisch begeleiden. “Geen normale ademhaling” kan ook betekenen dat iemand naar lucht hapt of onregelmatig ademt. Dat voelt verwarrend, maar het is juist een signaal om te handelen. 
Gepubliceerd op 26 januari 2026. Laatste review op 28 januari 2026, 19:34 door Alex








