Opvliegers zijn de bekendste klacht van de overgang — en voor veel vrouwen ook de meest hinderlijke. Die plotselinge hittegolf, het zweten, het rode hoofd: het kan je dag (en nacht) flink verstoren. Maar wat helpt er nu écht? Spoiler: sommige populaire adviezen werken niet. Dit zijn tien dingen die wél effect hebben.
Eerst even: wat zijn opvliegers precies?
Een opvlieger is een plotselinge warmtegolf die meestal begint in je borst of gezicht en zich verspreidt over je lichaam. Je bloedvaten verwijden, je gaat zweten, je hart klopt sneller, en vaak loop je rood aan. Na afloop kun je het juist koud krijgen en rillen. Een opvlieger duurt gemiddeld drie tot vijf minuten, maar kan ook een kwartier aanhouden.
Zo'n 80 procent van de vrouwen krijgt opvliegers tijdens de overgang. Sommigen hebben er een paar per maand, anderen tientallen per dag. De klachten beginnen meestal in de perimenopauze, zijn het hevigst rond de laatste menstruatie, en duren gemiddeld drie tot zeven jaar. Bij sommige vrouwen houden ze meer dan tien jaar aan.
Opvliegers ontstaan doordat dalende oestrogeenspiegels je hypothalamus — het temperatuurcentrum in je hersenen — ontregelen. Die krijgt verkeerde signalen en denkt dat je lichaam te warm is. Het resultaat: je lichaam probeert warmte kwijt te raken die er niet is.
Wat werkt niet (of nauwelijks)?
Voordat we ingaan op wat wél werkt, eerst een reality check. De volgende middelen worden vaak aangeraden, maar hebben geen of nauwelijks bewezen effect:
Zilverkaars (black cohosh). Populair in de drogist, maar onderzoek toont geen overtuigend effect op opvliegers. Bovendien zijn er meldingen van leverschade bij gebruik.
Fyto-oestrogenen en isoflavonen. Plantaardige stoffen uit soja en rode klaver die lijken op oestrogeen. Het wetenschappelijk bewijs is zwak. In hoge doseringen kunnen ze bijwerkingen geven, zoals vaginaal bloedverlies.
Afvallen. Gezond gewicht is belangrijk voor je algehele gezondheid, maar afvallen vermindert opvliegers niet aantoonbaar.
Meer bewegen. Hetzelfde verhaal: goed voor je gezondheid en stemming, maar geen bewezen effect op opvliegers zelf.
Dit betekent niet dat leefstijl onbelangrijk is. Het betekent wel dat je niet teleurgesteld hoeft te zijn als gezonder leven je opvliegers niet doet verdwijnen.
Wat werkt wél? 10 dingen die echt helpen
1. Hormoontherapie
Dit is veruit de meest effectieve behandeling. Hormoontherapie kan het aantal opvliegers bij een vrouw met tien per dag terugbrengen naar twee per dag. Dat is een vermindering van 80 procent — geen enkele andere behandeling komt in de buurt.
Je krijgt oestrogeen toegediend via pillen, pleisters, gel of spray. Als je nog een baarmoeder hebt, krijg je er progesteron bij ter bescherming van het baarmoederslijmvlies. Binnen twee tot zes weken merk je meestal al effect.
Zijn er risico's? Ja, maar voor de meeste vrouwen zijn ze klein. Pleisters en gel geven geen verhoogd risico op trombose (pillen wel een klein risico). Het risico op borstkanker neemt toe bij gebruik langer dan vijf jaar, maar dat extra risico is vergelijkbaar met het risico van overgewicht of dagelijks een glas alcohol.
Hormoontherapie is geschikt voor vrouwen jonger dan 60 jaar, of vrouwen die minder dan tien jaar geleden hun laatste menstruatie hadden. Bij een voorgeschiedenis van borstkanker, trombose of bepaalde hartziekten is het niet geschikt. Bespreek de afweging met je huisarts.
2. Cognitieve gedragstherapie (CGT)
Dit klinkt misschien vreemd: een psychologische behandeling voor een lichamelijke klacht? Toch werkt het. Uit Nederlandse onderzoeken (de MENO-1 en MENO-2 studies) blijkt dat CGT opvliegers vermindert en vooral de hinder ervan sterk verlaagt.
Bij CGT leer je hoe je gedachten en gedrag je opvliegers beïnvloeden. Je leert ademhalingstechnieken, ontspanningsoefeningen en manieren om anders met de klachten om te gaan. Het resultaat: minder opvliegers, en de opvliegers die je nog hebt, ervaar je als minder belastend.
CGT is opgenomen in de officiële richtlijnen voor de behandeling van overgangsklachten. Het is een goede optie als je geen hormonen wilt of kunt gebruiken, of als aanvulling op hormoontherapie. Je kunt CGT volgen bij een psycholoog, praktijkondersteuner of via online programma's.
3. Triggers vermijden
Opvliegers worden vaak uitgelokt door specifieke triggers. Door die te identificeren en te vermijden, kun je het aantal opvliegers verminderen. Veelvoorkomende triggers zijn:
• Alcohol — kan opvliegers uitlokken en verergert vooral nachtzweten
• Cafeïne — koffie, thee, cola
• Pittig eten — specerijen, scherpe kruiden
• Warme dranken — laat ze eerst afkoelen
• Warme omgeving — verwarmde ruimtes, warm bad
• Stress en spanning — een bekende trigger
Welke triggers bij jou een rol spelen, is persoonlijk. Houd een dagboekje bij van je opvliegers en wat je daarvoor at, dronk of deed. Zo ontdek je je eigen patroon.
4. Stoppen met roken
Rokers hebben meer opvliegers dan niet-rokers. De klachten beginnen eerder, zijn heftiger en duren langer. Stoppen met roken kan helpen — al is het effect niet gegarandeerd. Het is in elk geval goed voor je gezondheid op talloze andere fronten.
5. Koele omgeving en kleding in laagjes
Dit vermindert het aantal opvliegers niet, maar maakt ze wel dragelijker. Praktische tips:
• Kleed je in laagjes, zodat je snel iets uit kunt trekken
• Kies ademende, natuurlijke materialen als katoen of linnen
• Zet de thermostaat lager, zeker in de slaapkamer (16-18°C is optimaal)
• Zet een ventilator op je bureau of nachtkastje
• Leg een natte washand of koelelement naast je bed
• Gebruik katoenen beddengoed en slaap onder losse lagen in plaats van een dik dekbed
6. Ademhalingstechnieken
Rustige, diepe buikademing kan een opvlieger minder intens maken en sneller laten afzwakken. Het activeert je parasympathisch zenuwstelsel, dat rust en ontspanning bevordert.
Voel je een opvlieger opkomen? Probeer dit: adem langzaam in door je neus (tel tot vier), houd even vast (tel tot twee), adem langzaam uit door je mond (tel tot zes). Herhaal dit een paar keer. Het klinkt simpel, maar het kan echt verschil maken.
7. Stressreductie
Stress is een bekende trigger voor opvliegers. Bovendien maken opvliegers stress, waardoor je in een vicieuze cirkel kunt komen. Stressreducerende technieken als mindfulness, meditatie en yoga kunnen helpen die cirkel te doorbreken.
Dit heeft wetenschappelijke onderbouwing: psychologische interventies gericht op stressreductie verminderen het aantal opvliegers met ongeveer drie per dag (van acht naar vijf, bijvoorbeeld). Dat is minder dan hormoontherapie, maar voor sommige vrouwen genoeg om het verschil te maken.
8. Veoza (fezolinetant)
Sinds 2024 is er een nieuw, hormoonvrij medicijn beschikbaar: Veoza. Dit middel werkt anders dan hormoontherapie: het blokkeert een specifieke receptor in de hersenen die betrokken is bij de temperatuurregulatie.
Onderzoek toont dat Veoza opvliegers even effectief vermindert als hormoontherapie. Het is een optie voor vrouwen die geen hormonen willen of kunnen gebruiken — bijvoorbeeld na borstkanker. Het middel is op recept verkrijgbaar via de huisarts of gynaecoloog.
9. Clonidine
Clonidine is een bloeddrukverlagend middel dat ook bij opvliegers kan helpen. Het effect is bescheiden: gemiddeld ongeveer één opvlieger minder per dag. Het middel heeft wel bijwerkingen, waaronder slaapproblemen, duizeligheid, droge mond en misselijkheid.
Clonidine is vooral een optie voor vrouwen die geen hormonen mogen gebruiken (bijvoorbeeld bij hormoongevoelige borstkanker) en bij wie andere behandelingen niet werken.
10. Ganglion stellatum-blokkade
Dit is een relatief nieuwe behandeling waarbij een zenuwknoop in de hals (het ganglion stellatum) wordt verdoofd met een injectie. Deze zenuwknoop staat in verbinding met het deel van de hersenen dat betrokken is bij opvliegers.
Onderzoek uit Nederland (Rijnstate) toont dat ongeveer de helft van de behandelde vrouwen 40 tot 90 procent minder opvliegers krijgt. Het effect houdt gemiddeld enkele maanden aan, waarna de injectie herhaald kan worden (maximaal vier keer per jaar).
Dit is nog geen standaardbehandeling en niet overal beschikbaar. Vraag vooraf aan je zorgverzekeraar of de kosten worden vergoed.
Wat past bij jou?
De beste aanpak hangt af van hoe ernstig je klachten zijn, je medische voorgeschiedenis, en je eigen voorkeuren. Voordat je een keuze maakt, adviseren we je altijd om contact op te nemen met je huisarts. Een medische expert raadplegen is altijd de beste actie in zo'n geval.
Lichte klachten? Begin met het identificeren en vermijden van triggers, draag kleding in laagjes, en probeer ademhalingstechnieken en stressreductie.
Matige klachten? Overweeg CGT, al dan niet in combinatie met bovenstaande maatregelen. Als je open staat voor medicatie, bespreek hormoontherapie of Veoza met je huisarts.
Ernstige klachten? Hormoontherapie is vaak de meest effectieve optie. Kun je geen hormonen gebruiken? Dan is Veoza een alternatief, eventueel aangevuld met CGT. Zeker bij ernstige klachten doe je er goed aan altijd eerst een arts te spreken, je eigen medische historie is namelijk ook belangrijk in dergelijke situaties.
Wanneer naar de huisarts?
Ga naar de huisarts als je opvliegers je dagelijks leven verstoren, als je slecht slaapt door nachtzweten, of als je vragen hebt over behandelmogelijkheden. Je hoeft niet te wachten tot de klachten ondraaglijk zijn — ook bij matige klachten is behandeling mogelijk en zinvol.
De huisarts kan samen met je kijken welke behandeling het beste past bij jouw situatie. Voor complexe gevallen kan doorverwijzing naar een gynaecoloog of gespecialiseerde overgangspolikliniek zinvol zijn.
Opvliegers horen er bij, maar je hoeft niet nodeloos te lijden
Opvliegers horen bij de overgang, maar dat betekent niet dat je er jarenlang onder moet lijden. Er zijn effectieve behandelingen beschikbaar — met hormoontherapie en CGT voorop. Laat je niet afschepen met supplementen die niet werken, en wees kritisch op ‘natuurlijke' middelen waarvan het effect niet is bewezen.
Vraag hulp als je die nodig hebt. Je verdient het om je goed te voelen. Meer weten? Check dan ook Thuisarts. 
Artikel geschreven op 1 december 2025. Laatste review op 30 januari 2026, 10:02 door Alex








