Verpleegkundige in gesprek met oudere patiënt tijdens anamnese

De 11 patronen van Gordon: complete uitleg met vragenlijst en casus

De 11 patronen van Gordon vormen de basis van verpleegkundige anamnese in Nederland. Ontdek alle gezondheidspatronen met voorbeeldvragen, een alarmsignalen checklist (gratis download) en een volledig uitgewerkte casus van anamnese tot diagnose.

De 11 patronen van Gordon vormen de ruggengraat van verpleegkundige anamnese in Nederland. Of je nu een student bent die worstelt met je stageverslag of een ervaren zorgprofessional die structuur zoekt: hier vind je alles wat je nodig hebt. Inclusief een complete vragenlijst per patroon, een praktisch overzicht en een volledig uitgewerkte casus van anamnese tot diagnose.

 

In het kort
  • De 11 patronen van Gordon zijn een methode om alle gezondheidsaspecten van een patiënt systematisch uit te vragen.
  • De patronen dekken lichamelijke, psychische en sociale gezondheid en sluiten aan op NANDA-diagnoses.
  • Elk patroon kan functioneel of disfunctioneel zijn: dat bepaalt of verpleegkundige actie nodig is.
  • Hieronder vind je voorbeeldvragen per patroon, alarmsignalen en een complete uitgewerkte casus.

 

Wat zijn de 11 patronen van Gordon?

De 11 patronen van Gordon zijn een gestructureerde methode om gezondheidsgegevens te verzamelen tijdens een verpleegkundige anamnese. De Amerikaanse verpleegkundige en professor Marjory Gordon (1931-2015) ontwikkelde dit raamwerk in de jaren tachtig als hulpmiddel voor systematische gezondheidsbeoordeling.1

Het uitgangspunt is de holistische mensvisie: een patiënt is meer dan alleen een lichamelijke klacht. De elf gezondheidspatronen dekken daarom zowel lichamelijke, psychische als sociale aspecten van gezondheid. Door alle gebieden systematisch te bevragen, krijg je een compleet beeld van de zorgvraag.

Nr.PatroonGaat over
1Gezondheidsbeleving en -instandhoudingHoe ervaart iemand zijn gezondheid en wat doet hij om gezond te blijven?
2Voeding en stofwisselingEet- en drinkgewoonten, gewicht, huid, haar en nagels
3UitscheidingOntlasting, urine, transpiratie en gebruik van hulpmiddelen
4Activiteit en bewegingMobiliteit, zelfzorg, lichaamsbeweging en ademhaling
5Slaap en rustSlaapkwaliteit, rustmomenten en slaapproblemen
6Cognitie en waarnemingZintuigen, geheugen, concentratie en pijnbeleving
7ZelfbelevingZelfbeeld, zelfvertrouwen en lichaamsbeleving
8Rollen en relatiesGezin, werk, vriendschappen en sociale verantwoordelijkheden
9Seksualiteit en voortplantingSeksuele gezondheid, tevredenheid en voortplanting
10Coping en stressverwerkingOmgaan met stress, tegenslagen en veranderingen
11Waarden en levensovertuigingPersoonlijke waarden, geloof en levensdoelen

Zie je niet de hele tabel op je mobiel? Swipe dan naar links.

Handige tip

Download het overzicht van de 11 patronen van Gordon als PDF. Zo heb je Gordon altijd bij de hand.

Een patroon kan functioneel of disfunctioneel zijn. Bij een functioneel patroon voert de patiënt de bijbehorende levensverrichtingen voldoende uit en is de draagkracht in balans. Bij een disfunctioneel patroon is er een probleem dat verpleegkundige aandacht vraagt.

Tip: begin het gesprek open en laat de patiënt eerst zijn verhaal doen. Een ervaren verpleegkundige heeft de elf patronen in het achterhoofd en kan flexibel inspelen op wat de patiënt aandraagt.

Boekenlijst

Wil je je verdiepen in het standaardwerk? Dan is Verpleegkundige diagnostiek van Marjory Gordon iets voor jou. Check de laagste prijs bij Bol.com. Wil je Gordon koppelen aan diagnoses? Lees dan het Handboek verpleegkundige diagnoses van Lynda Carpenito. Check de beste prijs bij Bol.com.

 

Waarom gebruik je de Gordon-methode?

De methode van Gordon is populair in Nederlandse zorginstellingen en verpleegkundige opleidingen, en dat is niet zonder reden. De elf patronen bieden een duidelijke structuur voor het anamnesegesprek. Je weet precies welke gebieden je moet uitvragen en voorkomt dat je belangrijke aspecten over het hoofd ziet.

De gezondheidspatronen sluiten naadloos aan op andere verpleegkundige methodieken. De NANDA-classificatie voor verpleegkundige diagnoses is zelfs geordend volgens de Gordon-patronen.2 Ook de PES-structuur voor probleemformulering en het stappenplan voor klinisch redeneren werken uitstekend samen met deze aanpak.

De voordelen van deze holistische benadering op een rij:

  • Volledige dekking van lichamelijke, psychische en sociale gezondheidsaspecten
  • Gestandaardiseerde aanpak die overdracht tussen collega's vergemakkelijkt
  • Directe koppeling met NANDA-diagnoses en zorgplannen
  • Geschikt voor diverse zorgsettings: ziekenhuis, thuiszorg, GGZ en langdurige zorg

Stroomschema dat laat zien hoe Gordon-anamnese leidt tot NANDA-diagnose en PES-formulering

Studentenportaal Verpleegkunde: bekijk het complete overzicht van alle methodieken, met gratis downloads en APA-citaties voor je werkstuk. Hier vind je ook ons werkdocument voor de patronen van Gordon.

 

De 11 gezondheidspatronen van Gordon uitgelegd

Hieronder vind je elk gezondheidspatroon met een korte uitleg en concrete voorbeeldvragen voor je anamnese. Niet elke vraag is in elke situatie relevant. Stem je vragen af op de leeftijd, aandoening en context van je patiënt.

Patroon 1: gezondheidsbeleving en -instandhouding

Dit patroon gaat over hoe de patiënt zijn eigen gezondheid ervaart en wat hij doet om gezond te blijven. Je brengt in kaart hoe iemand omgaat met gezondheidsrisico's, medicatie en medische voorschriften.

Voorbeeldvragen:

  • Hoe zou u uw gezondheid in het algemeen omschrijven?
  • Wat doet u om gezond te blijven?
  • Rookt u, drinkt u alcohol of gebruikt u andere middelen?
  • Welke medicijnen gebruikt u en waarvoor?
  • Lukt het om medische adviezen op te volgen?

Patroon 2: voeding en stofwisseling

Hier onderzoek je de eet- en drinkgewoonten in relatie tot de lichamelijke behoefte. Let op voedingsdeficiënties, stofwisselingsproblemen en de conditie van huid, haar en nagels.

Voorbeeldvragen:

  • Hoeveel maaltijden eet u per dag en op welke tijden?
  • Hoeveel vocht drinkt u dagelijks?
  • Is uw gewicht de laatste maanden veranderd?
  • Heeft u problemen met kauwen of slikken?
  • Volgt u een speciaal dieet?

Patroon 3: uitscheiding

Dit patroon omvat de uitscheidingsfuncties: ontlasting, urine en transpiratie. Je inventariseert problemen zoals obstipatie, diarree of incontinentie en het gebruik van hulpmiddelen.

Voorbeeldvragen:

  • Hoe vaak heeft u ontlasting en hoe ziet deze eruit?
  • Heeft u last van obstipatie of diarree?
  • Hoe vaak plast u per dag en 's nachts?
  • Gebruikt u incontinentiemateriaal, een katheter of stoma?
  • Transpireert u overmatig?

Patroon 4: activiteit en beweging

Je brengt het bewegingspatroon in kaart: dagelijkse activiteiten, lichaamsbeweging, maar ook de mogelijkheid tot zelfzorg. Beperkingen in mobiliteit of ademhaling horen hier thuis.

Voorbeeldvragen:

  • Kunt u zelfstandig lopen, traplopen en uzelf verzorgen?
  • Gebruikt u hulpmiddelen zoals een rollator of rolstoel?
  • Hoeveel beweegt u gemiddeld per dag?
  • Wordt u snel buiten adem bij inspanning?
  • Hoe brengt u uw vrije tijd door?

Patroon 5: slaap en rust

Het slaap-rustpatroon gaat over de kwaliteit en kwantiteit van slaap, rustmomenten overdag en eventuele slaapproblemen of het gebruik van slaapmedicatie.

Voorbeeldvragen:

  • Hoeveel uur slaapt u gemiddeld per nacht?
  • Slaapt u goed door of wordt u vaak wakker?
  • Voelt u zich uitgerust als u opstaat?
  • Gebruikt u slaapmedicatie of andere middelen om in slaap te komen?
  • Doet u overdag een dutje?

Patroon 6: cognitie en waarneming

Dit patroon bevat de zintuiglijke functies en cognitieve vaardigheden: zien, horen, geheugen, concentratie en pijnbeleving. Ook het gebruik van hulpmiddelen zoals bril of gehoorapparaat hoort hier.

Voorbeeldvragen:

  • Hoe is uw gezichtsvermogen? Draagt u een bril of lenzen?
  • Hoe is uw gehoor? Gebruikt u een gehoorapparaat?
  • Merkt u veranderingen in uw geheugen of concentratie?
  • Heeft u pijn? Zo ja, waar en hoe erg op een schaal van 1-10?
  • Kunt u zelfstandig beslissingen nemen?

Patroon 7: zelfbeleving

Hier onderzoek je het zelfbeeld, zelfvertrouwen en de lichaamsbeleving van de patiënt. Dit patroon helpt bij het identificeren van psychologische problematiek zoals een negatief zelfbeeld of schaamte.

Voorbeeldvragen:

  • Hoe zou u uzelf omschrijven als persoon?
  • Hoe voelt u zich over uw lichaam op dit moment?
  • Heeft uw ziekte of situatie invloed op hoe u naar uzelf kijkt?
  • Voelt u zich zelfverzekerd in sociale situaties?

Patroon 8: rollen en relaties

Dit patroon gaat over de sociale context: gezin, familie, werk en vriendschappen. Je brengt de belangrijkste rollen en verantwoordelijkheden in kaart en eventuele problemen daarin.

Voorbeeldvragen:

  • Woont u alleen of samen? Hoe ziet uw gezin eruit?
  • Werkt u? Zo ja, wat voor werk doet u?
  • Zijn er spanningen binnen uw gezin of op het werk?
  • Op wie kunt u rekenen voor steun?
  • Hoe reageren uw naasten op uw gezondheidssituatie?

Patroon 9: seksualiteit en voortplanting

Een gevoelig maar belangrijk patroon dat gaat over seksuele gezondheid, tevredenheid en eventuele problemen. Bij vrouwen hoort ook de menstruatiecyclus en menopauze hierbij.

Voorbeeldvragen:

  • Bent u tevreden over uw seksuele leven?
  • Heeft uw ziekte of medicatie invloed op uw seksualiteit?
  • Heeft u vragen of zorgen over seksualiteit die u wilt bespreken?
  • (Bij vrouwen) Hoe verloopt uw menstruatiecyclus of bent u in de overgang?

Patroon 10: coping en stressverwerking

Hoe gaat de patiënt om met stress en tegenslagen? Dit patroon brengt copingmechanismen en het sociale vangnet in kaart, evenals recent doorgemaakte crises.

Voorbeeldvragen:

  • Heeft u de afgelopen tijd ingrijpende gebeurtenissen meegemaakt?
  • Hoe gaat u meestal om met stress of problemen?
  • Bij wie kunt u terecht als u het moeilijk heeft?
  • Voelt u zich vaak gespannen of angstig?
  • Gebruikt u middelen om te ontspannen?

Patroon 11: waarden en levensovertuiging

Het laatste patroon gaat over persoonlijke waarden, normen, religie en levensdoelen. Deze kunnen van invloed zijn op zorgkeuzes en het accepteren van behandelingen.

Voorbeeldvragen:

  • Wat vindt u belangrijk in het leven?
  • Speelt geloof of levensbeschouwing een rol in uw dagelijks leven?
  • Zijn er behandelingen die u om persoonlijke of religieuze redenen niet wilt?
  • Wat zijn uw verwachtingen voor de toekomst?

Infographic met de 11 gezondheidspatronen van Gordon in een cirkeldiagram

Handige tip

Altijd een uitgebreid overzicht van de 11 patronen van Gordon met voorbeeldvragen bij de hand? Download dan onze PDF.

 

Alarmsignalen: wanneer is een patroon disfunctioneel?

Tijdens je anamnese wil je snel kunnen inschatten of een patroon aandacht vraagt. Onderstaande rode vlaggen helpen je om disfunctionele patronen te herkennen.

PatroonAlarmsignalen (disfunctioneel)
1. GezondheidsbelevingTherapieontrouw, risicogedrag (roken, alcohol), geen ziekte-inzicht, vergeten medicatie
2. VoedingOngewenst gewichtsverlies of -toename, BMI <18,5 of >30, uitdrogingsverschijnselen, slikproblemen
3. UitscheidingObstipatie, diarree, incontinentie, nycturie (>2x per nacht), afwijkende urine
4. ActiviteitADL-afhankelijkheid, valrisico, dyspneu bij inspanning, immobiliteit, hulpmiddelweigering
5. SlaapSlaap <6 uur, niet doorslapen, niet uitgerust wakker worden, slaapmiddelengebruik
6. CognitieVerwardheid, geheugenproblemen, pijnscore >4, verminderd zicht of gehoor zonder correctie
7. ZelfbelevingNegatief zelfbeeld, schaamte, hopeloosheid, vermijden van spiegel of sociaal contact
8. Rollen/relatiesSociale isolatie, mantelzorgoverbelasting, relationele conflicten, verlies van rollen
9. SeksualiteitOngewenste veranderingen, seksuele disfunctie, zorgen die niet besproken worden
10. CopingVermijdingsgedrag, overmatig middelengebruik, recente crisis, geen steunnetwerk
11. WaardenZingevingsproblemen, weigering van zorg om principiële redenen, existentiële nood

Zie je niet de hele tabel op je mobiel? Swipe dan naar links.

Let op

Eén alarmsignaal maakt een patroon niet automatisch disfunctioneel. Weeg altijd de ernst, duur en impact op het dagelijks leven mee.

Checklist met alarmsignalen voor disfunctionele gezondheidspatronen volgens Gordon

 

De patronen van Gordon uitgewerkt: een complete casus

Om te laten zien hoe de patronen van Gordon in de praktijk werken, volgt hier een volledig uitgewerkte casus. Per patroon zie je welke vragen je stelt, wat de patiënt antwoordt (subjectief), wat je zelf observeert of meet (objectief), en of het patroon functioneel of disfunctioneel is.

Casus: mevrouw Jansen, 78 jaar

Mevrouw Jansen wordt opgenomen op de afdeling interne geneeskunde na een val thuis. Ze heeft een bekkenbreuk en woont alleen sinds het overlijden van haar man twee jaar geleden.

Patroon 1: gezondheidsbeleving en -instandhouding

Gestelde vragen: “Hoe zou u uw gezondheid omschrijven? Wat doet u om gezond te blijven? Welke medicijnen gebruikt u?”

Subjectief: “Ach, best goed voor mijn leeftijd. Ik heb pillen voor mijn bloeddruk, maar ik vergeet ze wel eens. Vroeger rookte ik, maar daar ben ik vijf jaar geleden mee gestopt. Een glaasje wijn bij het eten, dat wel.”

Objectief: Bloeddruk 168/95 mmHg (verhoogd). Medicatielijst toont amlodipine 5 mg, maar pillendoos is niet op volgorde. Ex-roker. Alcoholgebruik: 1 eenheid per dag.

Conclusie: Disfunctioneel: therapieontrouw bij bloeddrukmedicatie, verhoogde bloeddruk.

Patroon 2: voeding en stofwisseling

Gestelde vragen: “Hoeveel maaltijden eet u per dag? Is uw gewicht veranderd? Hoeveel drinkt u?”

Subjectief: “Ik eet als ik honger heb, soms één keer per dag. Koken voor mezelf alleen vind ik niet leuk. Ik ben wel wat afgevallen de laatste tijd, mijn kleren zitten losser. Ik drink vooral koffie, water vind ik niet lekker.”

Objectief: Gewicht 58 kg, lengte 1,68 m, BMI 20,5. Gewichtsverlies 4 kg in 3 maanden (was 62 kg). Droge huid, verminderde huidturgor. In koelkast vooral kant-en-klaarmaaltijden.

Conclusie: Disfunctioneel: ongewenst gewichtsverlies, onregelmatig eetpatroon, tekenen van dehydratie.

Patroon 3: uitscheiding

Gestelde vragen: “Hoe vaak heeft u ontlasting? Hoe vaak moet u 's nachts naar het toilet?”

Subjectief: “Mijn stoelgang is traag, soms vier dagen niks. Dat heb ik al jaren. En ik moet 's nachts wel twee, drie keer eruit om te plassen, heel vervelend.”

Objectief: Defecatie 2x per week, harde consistentie. Nycturie 2-3x per nacht. Geen incontinentie, geen gebruik van laxantia.

Conclusie: Disfunctioneel: obstipatie, nycturie met verhoogd valrisico.

Patroon 4: activiteit en beweging

Gestelde vragen: “Kunt u zelfstandig lopen en uzelf verzorgen? Gebruikt u hulpmiddelen? Wordt u snel buiten adem?”

Subjectief: “Mijn knieën doen zeer door de slijtage. Ik gebruik een rollator voor boodschappen. Het huishouden lukt niet meer zo goed, mijn dochter helpt. Traplopen gaat nog wel, maar langzaam.”

Objectief: Loopt met rollator, onzeker looppatroon. Verminderde spierkracht onderste extremiteiten. ADL gedeeltelijk afhankelijk (huishouden). Geen dyspneu in rust, wel bij inspanning.

Conclusie: Disfunctioneel: verminderde mobiliteit, valrisico, gedeeltelijk ADL-afhankelijk.

Patroon 5: slaap en rust

Gestelde vragen: “Hoeveel uur slaapt u? Slaapt u goed door? Voelt u zich uitgerust?”

Subjectief: “Slapen is moeilijk. Ik lig vaak te piekeren over van alles. En dan moet ik er ook nog uit voor het toilet. Ik slaap misschien vier, vijf uurtjes. Overdag ben ik moe, maar een dutje lukt niet.”

Objectief: Slaap 4-5 uur per nacht, gefragmenteerd door nycturie. Wallen onder ogen, gaapt frequent tijdens gesprek. Geen slaapmedicatie.

Conclusie: Disfunctioneel: slaaptekort door nycturie en piekeren, vermoeidheid overdag.

Patroon 6: cognitie en waarneming

Gestelde vragen: “Hoe is uw gezichtsvermogen en gehoor? Merkt u veranderingen in uw geheugen? Heeft u pijn?”

Subjectief: “Ik draag een bril, dat gaat prima. Mijn gehoor is minder, maar een apparaat wil ik niet: dat is voor oude mensen. Ik vergeet de laatste tijd wel meer, namen vooral. En ja, mijn bekken doet flink pijn, een 6 of 7.”

Objectief: Draagt bril (bijziend en verziend). Gehoor verminderd, vraagt regelmatig om herhaling. MMSE niet afgenomen, maar adequaat in gesprek. Pijnscore 6/10 bij beweging (bekkenbreuk).

Conclusie: Disfunctioneel: verminderd gehoor zonder correctie, acute pijn door fractuur.

Patroon 7: zelfbeleving

Gestelde vragen: “Hoe zou u uzelf omschrijven? Hoe voelt u zich over uw situatie?”

Subjectief: “Ik was altijd degene die voor anderen zorgde. Nu kan ik niks meer. Ik schaam me dat ik gevallen ben, zo stom. Ik wil niemand tot last zijn.”

Objectief: Vermijdt oogcontact bij vragen over zelfbeeld. Bagatelliseert eigen behoeften. Geëmotioneerd bij spreken over echtgenoot.

Conclusie: Disfunctioneel: verminderd zelfbeeld, schaamte, moeite met afhankelijkheid.

Patroon 8: rollen en relaties

Gestelde vragen: “Hoe ziet uw gezin eruit? Op wie kunt u rekenen? Hoe is uw sociale leven?”

Subjectief: “Mijn man is twee jaar geleden overleden. Mijn dochter woont hier in de buurt, mijn zoon in Australië. Sinds corona zie ik weinig mensen meer. Ik ging naar de kaartclub, maar dat is gestopt.”

Objectief: Weduwe, 2 kinderen. Dochter is mantelzorger (1x per week). Sociaal netwerk beperkt. Geen bezoek van vrienden tijdens opname.

Conclusie: Disfunctioneel: sociale isolatie, beperkt netwerk, verlies van sociale activiteiten.

Patroon 9: seksualiteit en voortplanting

Gestelde vragen: “Zijn er zaken rond seksualiteit of intimiteit die u wilt bespreken?”

Subjectief: “Nee hoor, dat speelt niet meer voor mij. Mijn man is er niet meer en daar heb ik vrede mee.”

Objectief: Postmenopauzaal, weduwe. Geeft aan geen behoefte te hebben aan bespreking.

Conclusie: Functioneel: geen problemen geïdentificeerd, patiënt tevreden.

Patroon 10: coping en stressverwerking

Gestelde vragen: “Heeft u de laatste tijd ingrijpende gebeurtenissen meegemaakt? Hoe gaat u om met moeilijke situaties?”

Subjectief: “Het overlijden van mijn man was het ergste. Daar praat ik niet graag over. Ik leid mezelf af met televisie en puzzels. Ik wil niet zeuren.”

Objectief: Verlies partner 2 jaar geleden, verwerking onduidelijk. Vermijdende copingstijl. Geen professionele ondersteuning.

Conclusie: Disfunctioneel: vermijdende coping, mogelijk onverwerkt rouwproces.

Patroon 11: waarden en levensovertuiging

Gestelde vragen: “Wat vindt u belangrijk in het leven? Speelt geloof een rol? Zijn er behandelingen die u niet wilt?”

Subjectief: “Ik ben katholiek opgevoed. Naar de kerk ga ik niet meer, maar ik bid nog elke dag. Eén ding weet ik zeker: ik wil niet naar een verpleeghuis. Liever ga ik dood.”

Objectief: Geloof is steunbron. Uitgesproken wens om thuis te blijven wonen. Negatieve beeldvorming over verpleeghuiszorg.

Conclusie: Functioneel: duidelijke waarden, geloof als copingbron. Wel aandachtspunt: sterke weerstand tegen verpleeghuisopname.

Samenvatting: functioneel en disfunctioneel

PatroonBeoordelingBelangrijkste bevinding
1. GezondheidsbelevingDisfunctioneelTherapieontrouw medicatie
2. VoedingDisfunctioneelGewichtsverlies, onregelmatig eten
3. UitscheidingDisfunctioneelObstipatie, nycturie
4. ActiviteitDisfunctioneelVerminderde mobiliteit, valrisico
5. SlaapDisfunctioneelSlaaptekort, piekeren
6. CognitieDisfunctioneelGehoorverlies, acute pijn
7. ZelfbelevingDisfunctioneelVerminderd zelfbeeld
8. Rollen/relatiesDisfunctioneelSociale isolatie
9. SeksualiteitFunctioneelGeen problemen
10. CopingDisfunctioneelVermijdende stijl, rouw
11. WaardenFunctioneelDuidelijke waarden, geloof als steun

Zie je niet de hele tabel op je mobiel? Swipe dan naar links.

Van disfunctionele patronen naar verpleegkundige diagnoses

Op basis van de negen disfunctionele patronen stellen we de verpleegkundige diagnoses op volgens de PES-structuur. We prioriteren op urgentie en onderlinge samenhang.

Let op formulering

Een goede formulering is belangrijk. Een voorbeeld:

Fout: “Mevrouw slaapt slecht en moet vaak plassen.” (dit is een observatie, geen diagnose)

Goed: “Verstoord slaappatroon gerelateerd aan nycturie, blijkend uit slaap van vier uur per nacht.” (volledige PES-structuur)

1. Risico op vallen
Onderbouwing: Patroon 3 (nycturie), 4 (verminderde mobiliteit), 5 (vermoeidheid) en 6 (verminderde visus) verhogen samen het valrisico aanzienlijk.
PES: Risico op vallen gerelateerd aan verminderde mobiliteit, nycturie, vermoeidheid en verminderd gehoor, blijkend uit recente val met fractuur, onzeker looppatroon en rollatorgebruik.

2. Voedingstekort
Onderbouwing: Patroon 2 toont ongewenst gewichtsverlies, gecombineerd met sociale isolatie (patroon 8) die de motivatie om te koken vermindert.
PES: Voedingstekort gerelateerd aan verminderde eetlust, alleen wonen en verlies van kookmotivatie, blijkend uit gewichtsverlies van 4 kg in drie maanden en BMI 20,5.

3. Verstoord slaappatroon
Onderbouwing: Patroon 5 toont ernstig slaaptekort, veroorzaakt door nycturie (patroon 3) en piekeren (patroon 10).
PES: Verstoord slaappatroon gerelateerd aan nycturie en piekeren, blijkend uit slaap van vier tot vijf uur per nacht en vermoeidheid overdag.

4. Ineffectief gezondheidsmanagement
Onderbouwing: Patroon 1 toont therapieontrouw bij bloeddrukmedicatie, mogelijk versterkt door vergeetachtigheid (patroon 6).
PES: Ineffectief gezondheidsmanagement gerelateerd aan vergeetachtigheid en gebrek aan structuur, blijkend uit het onregelmatig innemen van bloeddrukmedicatie en verhoogde bloeddruk.

5. Risico op sociale isolatie
Onderbouwing: Patroon 8 toont beperkt sociaal netwerk, versterkt door verminderde mobiliteit (patroon 4) en vermijdende coping (patroon 10).
PES: Risico op sociale isolatie gerelateerd aan verlies van partner, verminderde mobiliteit en wegvallen van sociale activiteiten, blijkend uit beperkt bezoek en stopzetten van kaartclub.

Deze diagnoses vormen de basis voor een methodisch zorgplan met concrete interventies en evaluatiemomenten.

Oudere vrouw met rollator in huiselijke setting, patronen van Gordon

 

Gordon versus andere verpleegkundige modellen

De elf gezondheidspatronen zijn niet het enige model voor verpleegkundige gegevensverzameling. Hoe verhouden de patronen van Gordon zich tot andere methoden?

Gordon vs. NANDA NIC NOC: Gordon is primair een ordeningssysteem voor anamnese, terwijl NANDA NIC NOC het volledige verpleegkundig proces ondersteunt met diagnoses (NANDA), interventies (NIC) en uitkomsten (NOC). De twee vullen elkaar aan: de elf patronen voor gegevensverzameling, NANDA voor diagnose en planning.2

Gordon vs. Omaha System: Het Omaha System werkt met vier domeinen (omgeving, psychosociaal, fysiologisch, gezondheidsgerelateerd gedrag) en is populair in de wijkverpleging. De Gordon-methodiek biedt een fijnmaziger onderverdeling met elf patronen.

Gordon vs. Roper-Logan-Tierney: Het Roper-Logan-Tierney model werkt met twaalf levensactiviteiten en is vooral in het Verenigd Koninkrijk populair. De benadering is vergelijkbaar, maar de Gordon-methode wordt in Nederland vaker toegepast.3

Gordon vs. ICF-model: Het ICF-model is een multidisciplinair classificatiesysteem dat door het hele zorgteam wordt gebruikt, terwijl Gordon specifiek ontwikkeld is voor verpleegkundige anamnese. In de praktijk vullen beide systemen elkaar aan: Gordon voor de verpleegkundige dataverzameling, ICF voor de multidisciplinaire bespreking.

 

Tips voor een goede anamnese met Gordon

Een effectief anamnesegesprek met de patronen van Gordon vraagt meer dan alleen de juiste vragen stellen. Deze praktische tips helpen je op weg.

Laat de patiënt zijn verhaal doen. Begin open en laat de patiënt vertellen. Een ervaren verpleegkundige heeft de gezondheidspatronen in het achterhoofd en kan flexibel inspelen op wat de patiënt zelf aandraagt.

Niet elk patroon is even relevant. Bij een jonge patiënt met een sportblessure hoef je patroon 9 (seksualiteit) of 11 (waarden) niet uitgebreid uit te vragen. Stem de diepgang af op de situatie.

Luister naar wat niet gezegd wordt. Non-verbale signalen en wat iemand vermijdt te bespreken kunnen net zo veelzeggend zijn als de antwoorden.

Documenteer meteen. Noteer de gegevens direct in het juiste patroon. Dit voorkomt dat je informatie vergeet of verkeerd indeelt.

Combineer met andere methodieken. Gebruik bij specifieke klachten aanvullende meetinstrumenten zoals de EWS-score voor vitale functies of de DOS-score voor delier.

Pictogrammen voor elk van de 11 gezondheidspatronen van Gordon

Kernboodschap

De 11 patronen van Gordon geven je een compleet beeld van je patiënt: van lichamelijke klachten tot sociale context en persoonlijke waarden. Door alle patronen systematisch te bevragen, leg je een stevige basis voor PES-diagnoses en een doelgericht zorgplan.

 

Veelgestelde vragen

Wat zijn de 11 patronen van Gordon?

De 11 patronen van Gordon zijn een gestructureerde methode om de gezondheid van een patiënt holistisch in kaart te brengen. Ze omvatten: gezondheidsbeleving, voeding, uitscheiding, activiteit, slaap, cognitie, zelfbeleving, rollen en relaties, seksualiteit, coping en waarden. Deze methodiek is ontwikkeld door verpleegkundige Marjory Gordon en wordt veel gebruikt bij verpleegkundige anamnese.

Wie heeft de gezondheidspatronen van Gordon ontwikkeld?

Marjory Gordon (1931-2015) was een Amerikaanse verpleegkundige, theoreticus en professor. Zij ontwikkelde de 11 functionele gezondheidspatronen in de jaren tachtig als systematisch hulpmiddel voor verpleegkundige beoordeling. Gordon was ook de eerste voorzitter van NANDA International.

Wanneer gebruik je de 11 gezondheidspatronen?

Je gebruikt de patronen van Gordon bij de verpleegkundige anamnese, bijvoorbeeld bij opname in een ziekenhuis of zorginstelling. De methode helpt om systematisch alle relevante gezondheidsaspecten uit te vragen en vormt de basis voor het opstellen van verpleegkundige diagnoses en zorgplannen.

Wat is het verschil tussen Gordon en NANDA?

De Gordon-methode is een ordeningssysteem voor het verzamelen van gegevens tijdens de anamnese. NANDA is een classificatiesysteem voor verpleegkundige diagnoses. De twee vullen elkaar aan: met de elf gezondheidspatronen verzamel je de gegevens, met NANDA formuleer je de diagnose. De NANDA-diagnoses zijn zelfs geordend volgens de Gordon-patronen.

Hoe gebruik je de Gordon-vragenlijst?

Loop tijdens het anamnesegesprek alle elf patronen systematisch langs met de bijbehorende vragen. Pas de vragen aan op de situatie van je patiënt: niet elke vraag is altijd relevant. Noteer de antwoorden direct bij het juiste patroon en gebruik deze gegevens voor je verpleegkundige diagnoses.

Wat betekent functioneel en disfunctioneel bij Gordon?

Een functioneel patroon betekent dat de patiënt de bijbehorende levensverrichtingen voldoende uitvoert en de draagkracht in balans is. Een disfunctioneel patroon wijst op een probleem dat verpleegkundige aandacht vraagt, zoals verstoorde slaap, voedingstekort of verminderde mobiliteit.

 

Bronnen en achtergrond

Dit artikel is geschreven voor informatieve en educatieve doeleinden, en vervangt niet het curriculum van je opleiding, de protocollen van de instelling waar je werkt of professioneel medisch advies. Raadpleeg altijd de richtlijnen van je opleiding of werkgever voor de actuele standaarden en protocollen. Lees meer in onze disclaimer en over onze werkwijze.

Dit artikel bevat affiliate links. Als je via deze links een product koopt, ontvangen wij een kleine commissie. Dit heeft geen invloed op onze beoordeling of de prijs die je betaalt.

Gebruikte bronnen:

  1. Gordon, M. Nursing Diagnosis: Process and Application. McGraw-Hill, 1987.
  2. NANDA International. Nursing Diagnoses: Definitions and Classification 2024-2027.
  3. V&VN / Vilans. Zoeken naar de gouden standaard. 2014.
  4. Carpenito-Moyet, L.J. Handbook of Nursing Diagnosis (Handboek verpleegkundige diagnoses).

 

Gepubliceerd op 22 februari 2026. Laatste review op 10 april 2026, 10:51 door Alex

Gezondermeer logo

Op de hoogte blijven van onze nieuwe artikelen?

Schrijf je gratis in voor onze nieuwsbrief over Zorg & Verpleegkunde. We sturen je 1x per maand een update als we interessante nieuwe artikelen voor je hebben geplaatst. Anders niet.

We respecteren je privacy. Geen spam, uitschrijven kan altijd.

Joost
Joost

Joost is medeoprichter en auteur van Gezondermeer.nl, waar hij sinds 2021 schrijft over gezondheid, voeding en leefstijl. Naarmate je ouder wordt, ga je vanzelf meer nadenken over wat je eet, hoe je beweegt en hoe je gezond blijft. Die persoonlijke interesse vormt de basis voor zijn artikelen.

Hij is academische opgeleid op Masterniveau (MSc), maar niet in de gezondheidszorg. Zijn artikelen baseert hij daarom op wetenschappelijke bronnen, officiële richtlijnen en praktijkervaringen van experts of professionals. Joost heeft vooral veel theoretische en praktische ervaring met het metabolisme, voeding en o.a. het keto dieet. Joost schrijft graag over de impact van voeding op lichaam en geest, op een gezonde manier ouder worden, maar bijvoorbeeld ook over verpleegkundige methodologie (waaronder Gordon's gezondheidspatronen)

Artikelen: 68