De Barthel Index is een van de meest gebruikte meetinstrumenten in de zorg om te bepalen hoe zelfstandig iemand dagelijkse handelingen kan uitvoeren. Of je nu verpleegkundige, verzorgende of student bent: in dit artikel leer je precies hoe de Barthel Index werkt, hoe je de score berekent en interpreteert, en wanneer je dit meetinstrument het beste kunt inzetten.
Wat is de Barthel Index?
De Barthel Index is een gestandaardiseerde vragenlijst waarmee zorgverleners meten in hoeverre iemand de algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL) zelfstandig kan uitvoeren. Het meetinstrument werd in 1965 ontwikkeld door Florence Mahoney en Dorothea Barthel, oorspronkelijk voor patiënten met neurologische aandoeningen zoals een beroerte. Inmiddels wordt deze ADL-schaal wereldwijd toegepast bij uiteenlopende patiëntgroepen.
Het doel is simpel: vaststellen hoeveel hulp iemand nodig heeft bij tien essentiële dagelijkse activiteiten. Denk aan eten, wassen, aankleden en lopen. De uitkomst helpt zorgverleners om de zorgbehoefte in kaart te brengen, revalidatiedoelen te stellen en de voortgang van een patiënt te monitoren.
In Nederland wordt deze vragenlijst veel gebruikt in ziekenhuizen, revalidatiecentra, verpleeghuizen en de thuiszorg. De Nederlandse versie is in 1993 gevalideerd door De Haan en collega's van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam. Onderzoek toonde aan dat het instrument betrouwbaar en valide is, met een hoge mate van overeenstemming tussen verschillende beoordelaars.
De 10 onderdelen van de Barthel Index
De Barthel Index beoordeelt tien activiteiten van het dagelijks leven. Elk onderdeel krijgt punten op basis van hoe zelfstandig de patiënt de activiteit kan uitvoeren. Hieronder vind je een overzicht van alle tien items in de officiële Nederlandse volgorde.
| Item | Wat wordt beoordeeld | Maximale score |
|---|---|---|
| 1. Darm | Controle over de ontlasting | 10 punten |
| 2. Blaas | Controle over de blaas | 10 punten |
| 3. Uiterlijke verzorging | Gezicht wassen, tanden poetsen, haar kammen, scheren | 5 punten |
| 4. Toiletgebruik | Naar toilet gaan, uit- en aankleden, afvegen | 10 punten |
| 5. Eten | Zelfstandig eten, voedsel naar de mond brengen | 10 punten |
| 6. Transfers | Van bed naar stoel en terug verplaatsen | 15 punten |
| 7. Mobiliteit | Lopen op een vlakke ondergrond of rolstoel gebruiken | 15 punten |
| 8. Aan- en uitkleden | Kleding aan- en uittrekken inclusief schoenen | 10 punten |
| 9. Trappen lopen | Trap op en af lopen | 10 punten |
| 10. Baden/douchen | Zelfstandig baden of douchen | 5 punten |
Veeg naar links voor de volledige tabel op mobiel
De maximale totaalscore is 100 punten. Een hogere score betekent meer zelfstandigheid. Let op: bij het invullen van de Barthel Index vragenlijst meet je wat iemand daadwerkelijk doet, niet wat iemand theoretisch zou kunnen.

Hoe bereken je de Barthel score?
Het scoren van de Barthel Index is relatief eenvoudig, maar vraagt wel om zorgvuldige observatie. Per item beoordeel je of de patiënt de activiteit zelfstandig kan uitvoeren, hulp nodig heeft, of volledig afhankelijk is van anderen.
De meest gebruikte scoringsmethode in Nederland werkt met een schaal van 0 tot 20 punten (de gemodificeerde versie van Collin uit 1988). Daarnaast bestaat er de originele versie met een schaal van 0 tot 100 punten. Beide versies meten dezelfde tien activiteiten, alleen de puntenverdeling verschilt.
Voorbeeld van scoring bij “Eten” (originele 0-100 versie):
- 0 punten: volledig afhankelijk, moet gevoerd worden
- 5 punten: heeft hulp nodig bij snijden of smeren, eet verder zelf
- 10 punten: volledig zelfstandig, inclusief openen van verpakkingen
Belangrijke scoringsregels:
- Beoordeel wat de patiënt de afgelopen 24 tot 48 uur daadwerkelijk heeft gedaan
- Neem de laagste score als de prestatie wisselt
- Tel alle itemscores bij elkaar op voor de totaalscore
- Een bewusteloze patiënt scoort 0 op alle onderdelen
- Bij kathetergebruik: patiënt scoort alleen “continent” als hij de katheter volledig zelf kan verzorgen
Interpretatie van de Barthel Index score
De totaalscore geeft een indicatie van de mate van zelfstandigheid. Bij de originele schaal (0-100 punten) worden de volgende categorieën gehanteerd:
| Score (0-100) | Interpretatie | Zorgbehoefte |
|---|---|---|
| 0-20 | Totale afhankelijkheid | 24-uurs zorg nodig |
| 21-60 | Ernstige afhankelijkheid | Veel hulp nodig bij meeste ADL |
| 61-90 | Matige afhankelijkheid | Gedeeltelijke hulp of toezicht nodig |
| 91-99 | Lichte afhankelijkheid | Minimale hulp bij specifieke taken |
| 100 | Volledig zelfstandig | Geen hulp nodig bij basis-ADL |
Veeg naar links voor de volledige tabel op mobiel
Een score van 100 betekent niet automatisch dat iemand volledig zelfredzaam is in het dagelijks leven. Dit meetinstrument meet namelijk alleen basis-ADL. Complexere activiteiten zoals koken, boodschappen doen of administratie vallen hier buiten. Daarvoor bestaan andere meetinstrumenten zoals de Lawton IADL-schaal.
De score is vooral waardevol om veranderingen in de tijd te volgen. Een stijging van 15 naar 17 punten (op de 0-20 schaal) of van 75 naar 85 punten (op de 0-100 schaal) laat zien dat een patiënt vooruitgaat in zelfstandigheid.
Praktijkvoorbeeld: Barthel Index bij een CVA-patiënt
Mevrouw Jansen (72 jaar) wordt opgenomen op de afdeling neurologie na een beroerte. De verpleegkundige neemt de Barthel Index af om de uitgangssituatie vast te leggen. Hieronder zie je hoe de scoring eruitziet.
| Item | Situatie mevrouw Jansen | Score |
|---|---|---|
| Darm | Continent, geen ongelukjes | 2 |
| Blaas | Af en toe incontinent (1x per dag) | 1 |
| Uiterlijke verzorging | Wast zelfstandig gezicht, poetst tanden | 1 |
| Toiletgebruik | Heeft hulp nodig bij aan- en uitkleden | 1 |
| Eten | Eet zelfstandig, voedsel wordt fijngesneden | 1 |
| Transfers | Heeft hulp nodig van één persoon | 2 |
| Mobiliteit | Loopt met rollator en begeleiding | 2 |
| Aan- en uitkleden | Heeft hulp nodig bij onderkleding | 1 |
| Trappen lopen | Kan geen trappen lopen | 0 |
| Baden/douchen | Volledig afhankelijk | 0 |
Veeg naar links voor de volledige tabel op mobiel
Totaalscore: 11 punten (op de 0-20 schaal)
Deze score valt in de categorie “heeft hulp nodig maar doet ook veel zelf”. Op basis van deze meting stelt het behandelteam revalidatiedoelen op. Na drie weken revalidatie wordt de Barthel Index opnieuw afgenomen. Mevrouw Jansen scoort nu 15 punten: ze is continent, kan zelfstandig transfers maken en loopt met alleen een rollator. De stijging van 11 naar 15 punten toont objectief aan dat de revalidatie effect heeft.
Wanneer gebruik je de Barthel Index?
Dit meetinstrument wordt in verschillende zorgsituaties ingezet. Het is vooral geschikt voor:
Revalidatie na een beroerte: Dit is de oorspronkelijke toepassing. Het instrument helpt om het herstel van CVA-patiënten te monitoren en revalidatiedoelen te stellen. Onderzoek toont aan dat de score bij opname voorspellend is voor de verblijfsduur en ontslagbestemming.
Geriatrische zorg: Bij ouderen geeft de vragenlijst inzicht in de functionele achteruitgang en de benodigde zorgintensiteit. De score kan helpen bij beslissingen over thuiszorg, dagbehandeling of opname.
Verpleeghuiszorg: Het meetinstrument is een objectief hulpmiddel om de zorgzwaarte te bepalen en de effectiviteit van interventies te evalueren.
Orthopedie: Na een heupoperatie of andere orthopedische ingrepen helpt de Barthel Index om het functioneel herstel te volgen.
Neurologie: Bij aandoeningen zoals multiple sclerose, de ziekte van Parkinson of dwarslaesie wordt het instrument gebruikt om de functionele status te monitoren.
Barthel Index afnemen: praktische tips
Het afnemen van de vragenlijst vereist geen speciale training, maar consistentie is wel belangrijk. Hier zijn praktische richtlijnen voor een betrouwbare afname:
Informatiebronnen combineren: Gebruik directe observatie waar mogelijk, aangevuld met informatie van de patiënt zelf, familieleden en collega-zorgverleners. Bij twijfel geldt de directe observatie als meest betrouwbaar.
Tijdsperiode: Beoordeel het functioneren over de afgelopen 24 tot 48 uur. Bij wisselende prestaties neem je de laagste score.
Omgeving: Houd rekening met de omgeving waarin je meet. Een patiënt kan thuis beter functioneren dan in het ziekenhuis, of juist andersom. Noteer altijd de context.
Hulpmiddelen: Als iemand zelfstandig functioneert met hulpmiddelen (zoals een rollator of aangepast bestek), telt dit als “zelfstandig”.
Documentatie: Noteer niet alleen de totaalscore, maar ook de afzonderlijke itemscores. Dit geeft meer informatie over specifieke aandachtspunten.
Barthel Index versus andere ADL-meetinstrumenten
De Barthel Index is niet het enige meetinstrument voor dagelijkse activiteiten. Afhankelijk van de situatie kunnen andere instrumenten geschikter zijn.
Katz ADL-schaal: Meet zes basis-ADL-activiteiten en is vooral populair in de Verenigde Staten. De Katz-schaal is eenvoudiger maar minder gedetailleerd dan de Barthel-schaal.
FIM (Functional Independence Measure): Meet achttien items, waaronder ook cognitieve en communicatieve functies. De FIM is uitgebreider maar vraagt meer afnametijd en training.
In Nederland wordt dit meetinstrument vaak gecombineerd met andere verpleegkundige frameworks. Bij het opstellen van een zorgplan volgens de 11 gezondheidspatronen van Gordon kan de Barthel Index waardevolle objectieve gegevens leveren voor het patroon “Activiteit en beweging”. De score ondersteunt ook het formuleren van NANDA-verpleegdiagnoses rondom zelfzorgtekorten.
Het Roper-Logan-Tierney model focust eveneens op dagelijkse levensactiviteiten en kan goed naast de Barthel Index worden gebruikt. Waar Roper-Logan-Tierney een theoretisch kader biedt, levert de Barthel Index de meetbare scores. In acute situaties kan de ABCDE-methodiek worden toegepast voor prioritering, waarna de Barthel Index later in het zorgtraject wordt ingezet om functioneel herstel te monitoren.
Beperkingen van de Barthel Index
Ondanks de brede toepassing heeft dit meetinstrument enkele beperkingen waar je rekening mee moet houden:
Plafondeffect: Patiënten die al redelijk zelfstandig zijn, kunnen een maximale score behalen terwijl ze nog steeds hulp nodig hebben bij complexere taken. De schaal mist de nuance om kleine verbeteringen bij hoogfunctionerende patiënten te detecteren.
Geen cognitieve component: De vragenlijst meet alleen fysiek functioneren. Iemand met dementie kan fysiek in staat zijn om zichzelf aan te kleden, maar door cognitieve problemen toch hulp nodig hebben. Dit wordt niet meegenomen in de score.
Omgevingsfactoren: De index houdt geen rekening met aanpassingen in de omgeving. Een trap met traplift wordt hetzelfde gescoord als een trap zonder hulpmiddelen.
Verschillende versies: Er bestaan meerdere versies met verschillende scoringssystemen (0-20 versus 0-100). Dit kan verwarring geven bij vergelijken van scores. Gebruik altijd dezelfde versie binnen een behandeltraject.
Veelgestelde vragen
Wat is een goede Barthel score?
Een “goede” score hangt af van de context. Bij de 0-100 schaal duidt een score boven de 60 op matige zelfstandigheid, boven de 90 op lichte afhankelijkheid. Het gaat echter vooral om de verandering in score over tijd, niet om een absoluut getal.
Wie mag de Barthel Index afnemen?
Het meetinstrument kan worden afgenomen door verpleegkundigen, verzorgenden, fysiotherapeuten, ergotherapeuten en andere zorgprofessionals. Speciale certificering is niet vereist, maar bekendheid met de scoringsrichtlijnen is wel nodig.
Hoe lang duurt het afnemen van de Barthel Index?
Het afnemen duurt meestal 2 tot 5 minuten wanneer je de patiënt al kent. Bij nieuwe patiënten of wanneer observatie nodig is, kan het tot 20 minuten duren.
Wat is het verschil tussen de 0-20 en 0-100 schaal?
Beide versies meten dezelfde tien activiteiten. De 0-20 versie (Collin-modificatie) gebruikt kleinere intervallen voor nauwkeurigere meting. De 0-100 versie is de originele schaal. In Nederland worden beide gebruikt, vaak afhankelijk van de instelling.
Is de vragenlijst gratis te gebruiken?
Ja, het meetinstrument mag gratis worden gebruikt voor niet-commerciële doeleinden. Het copyright berust bij de Maryland State Medical Society. Bij publicatie of commercieel gebruik is bronvermelding verplicht.
Kan de Barthel Index ook telefonisch worden afgenomen?
Ja, onderzoek toont aan dat telefonische afname bij de patiënt of diens mantelzorger betrouwbare resultaten geeft. Dit is vooral praktisch voor follow-up metingen in de thuissituatie.
Bronnen en achtergrond
Dit artikel is geschreven als educatieve bron voor verpleegkundigen, verzorgenden en studenten in de gezondheidszorg. Het vervangt geen officiële protocollen of richtlijnen van je instelling. Raadpleeg bij twijfel altijd de geldende werkafspraken binnen je organisatie.
Gebruikte bronnen:
- Meetinstrumenten in de Zorg – Barthel Index
- De Haan R, et al. (1993). Klinimetrische evaluatie van de Barthel Index. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde
- Physiopedia – Barthel Index
- Wikipedia – Barthel-index
 
Artikel geschreven op 20 januari 2026. Laatste review op 23 januari 2026, 19:55 door Alex








