Het Roper-Logan-Tierney model is een van de meest gebruikte verpleegkundige modellen in Europa, vooral in het Verenigd Koninkrijk. Dit holistische model helpt verpleegkundigen om patiënten te beoordelen op 12 essentiële activiteiten van het dagelijks leven, met aandacht voor de unieke situatie van elke patiënt. In dit artikel leg je uit hoe het model werkt, wanneer je het gebruikt en hoe het verschilt van andere zorgmodellen zoals Gordon en Omaha.
Inhoud
- Wat is het Roper-Logan-Tierney model?
- De 12 activiteiten van het dagelijks leven
- De vijf beïnvloedende factoren
- Het afhankelijkheid-onafhankelijkheid continuüm
- Hoe gebruik je het Roper-Logan-Tierney model in de praktijk?
- Verschil met andere verpleegkundige modellen
- Voor- en nadelen van het RLT-model
- Praktijkvoorbeeld: toepassing bij een patiënt na een CVA
- Veelgestelde vragen
- Bronnen en meer informatie
Wat is het Roper-Logan-Tierney model?
Het Roper-Logan-Tierney model (vaak afgekort als RLT-model) is een verpleegkundig zorgmodel dat voor het eerst werd ontwikkeld in 1980 door drie Britse verpleegkundigen: Nancy Roper, Winifred Logan en Alison Tierney. Het model is gebaseerd op het idee dat verpleegkundige zorg zich moet richten op het helpen van patiënten om zo zelfstandig mogelijk te functioneren in hun dagelijks leven.
De kern van het model bestaat uit 12 activiteiten van het dagelijks leven (Activities of Living, vaak afgekort als ALs). Deze activiteiten dekken alle aspecten van het menselijk functioneren, van de meest basale lichamelijke functies zoals ademhaling tot complexere sociale en emotionele behoeften zoals communiceren en omgaan met seksualiteit.
Het model gaat uit van een holistische benadering. Dat betekent dat niet alleen de medische diagnose centraal staat, maar de hele persoon in zijn of haar context. De verpleegkundige kijkt naar hoe ziekte, letsel of beperkingen het dagelijks leven van de patiënt beïnvloeden, en welke ondersteuning nodig is om maximale zelfstandigheid te bereiken of te behouden.
Nancy Roper ontwikkelde de eerste versie in de jaren '70, gebaseerd op eerder werk van de Amerikaanse verpleegkundige Virginia Henderson. Samen met Logan en Tierney verfijnde ze het model in de jaren '80, waarbij ze meer nadruk legden op psychologische, sociale, economische en spirituele factoren. Het model is sindsdien meerdere keren herzien, met de laatste grote update in 2000.
De 12 activiteiten van het dagelijks leven
Het hart van het Roper-Logan-Tierney model bestaat uit 12 activiteiten die essentieel zijn voor het dagelijks leven. Voor elke activiteit beoordeelt de verpleegkundige in hoeverre de patiënt zelfstandig is en waar ondersteuning nodig is.
1. Een veilige omgeving handhaven
Dit gaat over het vermogen van de patiënt om zichzelf en anderen veilig te houden. Denk aan valpreventie, infectiepreventie, maar ook aan het vermijden van gevaarlijke situaties. Voor een verward ouder persoon kan dit betekenen dat er toezicht nodig is om te voorkomen dat hij de weg kwijtraakt. Voor een pas geopereerde patiënt kan het gaan om het veilig bewegen zonder de wond te beschadigen.
2. Communiceren
Het vermogen om gedachten, gevoelens en behoeften uit te drukken en de communicatie van anderen te begrijpen. Dit omvat verbale communicatie, maar ook non-verbale signalen, schrijven, lezen en het gebruik van hulpmiddelen. Een patiënt met een beroerte kan moeite hebben met spreken, terwijl iemand met een gehoorbeperking andere communicatiemiddelen nodig heeft.
3. Ademhalen
De meest basale levensfunctie. Dit gaat niet alleen over het in- en uitademen, maar ook over factoren die de ademhaling beïnvloeden zoals roken, luchtkwaliteit, stress en onderliggende aandoeningen zoals COPD of astma. Een patiënt met longontsteking heeft bijvoorbeeld ondersteuning nodig bij deze activiteit.
4. Eten en drinken
Het vermogen om voldoende voeding en vocht binnen te krijgen. Dit omvat niet alleen het fysieke eten en drinken, maar ook voedingsvoorkeuren, culturele gewoonten, dieetbeperkingen en het vermogen om voedsel te bereiden. Een diabetespatiënt heeft andere behoeften dan iemand met kauwproblemen door gebitsproblemen.
5. Uitscheiden
Het vermogen om normaal urine en ontlasting te lozen. Dit is vaak een gevoelig onderwerp, maar cruciaal voor comfort en gezondheid. Problemen kunnen variëren van incontinentie tot verstopping, en kunnen grote impact hebben op het dagelijks leven en zelfbeeld van de patiënt.
6. Persoonlijke verzorging en kleden
Het vermogen om jezelf te wassen, verzorgen en aan te kleden. Voor veel patiënten is dit rechtstreeks gekoppeld aan hun gevoel van eigenwaarde en waardigheid. Een patiënt na een CVA kan bijvoorbeeld moeite hebben met het aankleden van de verlamde kant van het lichaam.
7. Lichaamstemperatuur reguleren
Het vermogen om een normale lichaamstemperatuur te handhaven. Bij ziekte kan dit verstoord zijn, denk aan koorts bij infecties of onderkoeling bij ouderen met een verminderde thermoregulatie. Ook omgevingsfactoren zoals verwarming en geschikte kleding spelen een rol.
8. Mobiliseren
Het vermogen om te bewegen en een houding aan te nemen. Dit varieert van kunnen draaien in bed tot zelfstandig kunnen lopen, traplopen en autorijden. Beperkingen in mobiliteit hebben grote invloed op andere activiteiten en de kwaliteit van leven.
9. Werken en spelen
Het vermogen om productieve en recreatieve activiteiten te ondernemen. Dit omvat betaald werk, huishoudelijke taken, hobby's, sport en ontspanning. Voor veel mensen is dit cruciaal voor hun identiteit en welzijn. Een arbeidsongeschikte patiënt kan bijvoorbeeld hulp nodig hebben bij het vinden van zinvolle dagbesteding.
10. Seksualiteit uiten
Het vermogen om seksualiteit en intimiteit te ervaren en uit te drukken. Dit gaat verder dan alleen geslachtsgemeenschap, maar omvat ook lichaamsbeeld, gender-identiteit, relaties en intimiteit. Ziekte en behandeling kunnen grote impact hebben op dit aspect van iemands leven.
11. Slapen
Het vermogen om voldoende en kwalitatief goede slaap te krijgen. Slaapproblemen komen vaak voor bij ziekenhuisopnames door pijn, onrust, ongewone omgeving en onderbrekingen voor verzorging en medicatie. Chronische slaapproblemen beïnvloeden herstel en welzijn.
12. Dood en sterven
Het vermogen om om te gaan met het concept van sterven en de dood, zowel van zichzelf als van dierbaren. Dit omvat spirituele, culturele en persoonlijke overtuigingen over leven en dood, rouwverwerking en palliatieve zorg. Voor terminale patiënten wordt deze activiteit centraal in de zorgverlening.
De vijf beïnvloedende factoren
Een cruciaal aspect van het Roper-Logan-Tierney model dat vaak over het hoofd wordt gezien, zijn de vijf factoren die van invloed zijn op de 12 activiteiten van het dagelijks leven. Nancy Roper benadrukte in een interview in 2002 dat het negeren van deze factoren de grootste valkuil is van het model. Zonder deze factoren wordt de beoordeling incompleet en niet holistisch.
Biologische factoren
Dit omvat de algemene gezondheid, huidige ziekte of letsel, anatomie en fysiologie van de patiënt. Denk aan chronische aandoeningen, acute ziekten, lichamelijke beperkingen en de natuurlijke veroudering van het lichaam. Een 80-jarige heeft andere biologische beperkingen dan een 30-jarige.
Psychologische factoren
Roper omschreef dit als “weten, denken, hopen, voelen en geloven”. Het gaat om emoties, cognitie, spirituele overtuigingen en het vermogen om te begrijpen. Iemand met dementie heeft bijvoorbeeld andere psychologische behoeften dan iemand met een depressie, en beide situaties vereisen verschillende benaderingen in de zorg.
Socioculturele factoren
De invloed van maatschappij en cultuur op het dagelijks leven. Dit omvat sociale klasse, culturele normen en waarden, religieuze overtuigingen en verwachtingen van de sociale omgeving. Een moslimpatiënt heeft bijvoorbeeld andere behoeften rondom eten (halal) en privacy dan een patiënt zonder religieuze achtergrond.
Omgevingsfactoren
Roper noemde dit het eerste echt “groene” zorgmodel, omdat het niet alleen kijkt naar hoe de omgeving het functioneren beïnvloedt, maar ook naar hoe het functioneren van de patiënt de omgeving beïnvloedt. Denk aan woonsituatie (trap, badkamer), luchtkwaliteit, maar ook aan afvalverwerking en hygiëne in de zorg.
Politiek-economische factoren
De invloed van overheidsbeleid, politiek en economie op het dagelijks leven. Heeft de patiënt een zorgverzekering? Wat wordt vergoed? Is er thuiszorg beschikbaar? Welke rol spelen wachtlijsten en bezuinigingen? Deze factoren bepalen vaak wat er mogelijk is in de zorg, los van wat medisch wenselijk is.
Het afhankelijkheid-onafhankelijkheid continuüm
Een ander kernkenmerk van het model is het continuüm van totale afhankelijkheid tot volledige onafhankelijkheid. Voor elke activiteit van het dagelijks leven beoordeelt de verpleegkundige waar de patiënt zich op dit continuüm bevindt.
Dit is geen statische situatie. Door de levenscyclus heen verschuift iemands positie op het continuüm. Een baby is volledig afhankelijk bij alle activiteiten, een gezonde jongvolwassene is grotendeels onafhankelijk, en bij ouderen neemt de afhankelijkheid vaak weer toe. Ook ziekte, letsel of behandeling kunnen de positie tijdelijk of permanent veranderen.
Het doel van verpleegkundige zorg volgens het RLT-model is om patiënten te helpen zo onafhankelijk mogelijk te worden of te blijven binnen hun mogelijkheden. Dit betekent niet dat iedereen volledig onafhankelijk kan worden, maar wel dat je streeft naar maximale zelfstandigheid en kwaliteit van leven.
Voor een patiënt na een heupoperatie kan dit betekenen: eerst volledig afhankelijk bij mobiliseren, daarna met hulp uit bed komen, vervolgens met een rollator lopen, en uiteindelijk weer zelfstandig lopen. Bij elke stap ondersteunt de verpleegkundige precies wat nodig is, niet meer en niet minder.
Hoe gebruik je het Roper-Logan-Tierney model in de praktijk?
Het RLT-model volgt het verpleegkundig proces: beoordeling (assessment), planning, uitvoering en evaluatie. Dit is een cyclisch proces dat zich herhaalt gedurende de hele zorgperiode.
Beoordeling (Assessment)
Bij opname of het eerste contact beoordeelt de verpleegkundige alle 12 activiteiten van het dagelijks leven. Voor elke activiteit wordt gekeken naar de normale situatie van de patiënt (hoe ging het voor de ziekte?), de huidige situatie, en waar de patiënt staat op het afhankelijkheid-onafhankelijkheid continuüm. Ook worden de vijf beïnvloedende factoren in kaart gebracht.
Planning
Op basis van de beoordeling worden zorgdoelen geformuleerd. Deze doelen worden bij voorkeur samen met de patiënt en eventueel familie opgesteld. Het doel is altijd gericht op het bereiken of behouden van maximale onafhankelijkheid. Voor sommige activiteiten is volledige onafhankelijkheid realistisch, voor andere misschien alleen het behouden van de huidige situatie of het voorkomen van verdere achteruitgang.
Uitvoering
De geplande zorg wordt uitgevoerd. Dit kan variëren van volledige verzorging (bij totale afhankelijkheid) tot begeleiding, instructie en ondersteuning (bij gedeeltelijke afhankelijkheid). De verpleegkundige past de zorg aan op basis van hoe de patiënt reageert en vordert.
Evaluatie
Regelmatig wordt geëvalueerd of de zorgdoelen bereikt worden. Zo niet, waarom niet? Moet het doel aangepast worden of de aanpak veranderd? Deze evaluatie leidt weer tot een nieuwe beoordeling, en zo ontstaat een continue cyclus van zorgverlening.
Belangrijk: Nancy Roper benadrukte dat het model niet bedoeld is als een afvinklijstje bij opname, maar als een cognitieve benadering die de hele zorgperiode doorloopt. Het is een manier van denken over en organiseren van zorg, niet alleen een formulier.
Verschil met andere verpleegkundige modellen
In Nederland worden verschillende verpleegkundige modellen gebruikt. Het is nuttig om te begrijpen hoe het Roper-Logan-Tierney model zich verhoudt tot andere bekende modellen.
Gordon versus Roper-Logan-Tierney
De 11 patronen van Gordon is in Nederland het meest gebruikte model, terwijl Roper-Logan-Tierney dominant is in het Verenigd Koninkrijk. Beide modellen zijn holistisch en kijken naar verschillende aspecten van het menselijk functioneren.
Het belangrijkste verschil zit in de structuur. Gordon werkt met 11 functionele gezondheidspatronen die meer abstract en conceptueel zijn (zoals waarneming-gezondheidspatroon en waardenpatroon). Roper-Logan-Tierney werkt met 12 concrete activiteiten van het dagelijks leven die directer waarneembaar en meetbaar zijn.
Gordon is meer gericht op het identificeren van verpleegkundige diagnoses binnen gezondheidspatronen. Roper-Logan-Tierney focust meer op het afhankelijkheid-onafhankelijkheid continuüm en het bevorderen van zelfstandigheid in dagelijkse activiteiten.
In de praktijk zou je kunnen zeggen dat Gordon meer theoretisch en diagnostisch is, terwijl Roper-Logan-Tierney praktischer en meer gericht is op concrete handelingen in het dagelijks leven.
Omaha versus Roper-Logan-Tierney
Het Omaha-systeem is vooral ontwikkeld voor gebruik in de thuiszorg en wijkverpleging, terwijl Roper-Logan-Tierney breder toepasbaar is in alle zorgsettings (ziekenhuis, verpleeghuis, thuiszorg).
Omaha werkt met vier domeinen (omgevingsdomein, psychosociaal domein, fysiologisch domein en gezondheidsgerelateerd gedrag) en koppelt daar problemen, interventies en uitkomsten aan. Het is meer gestructureerd en geprotocolleerd.
Roper-Logan-Tierney is flexibeler en individueler. Het heeft geen vaste interventies of uitkomsten, maar biedt een raamwerk waarbinnen de verpleegkundige samen met de patiënt maatwerk kan leveren.
Voor- en nadelen van het RLT-model
Voordelen
Het model biedt een duidelijke, logische structuur die gemakkelijk te leren en toe te passen is. De 12 activiteiten zijn herkenbaar en concreet, wat het model toegankelijk maakt voor zowel beginnende als ervaren verpleegkundigen.
De holistische benadering zorgt ervoor dat alle aspecten van het leven van een patiënt in kaart worden gebracht, niet alleen de medische diagnose. Door de vijf beïnvloedende factoren mee te nemen, krijg je een compleet beeld van de unieke situatie van elke patiënt.
Het model bevordert continuïteit van zorg. Omdat alle verpleegkundigen dezelfde structuur gebruiken, begrijpt het hele team de logica van de zorgverlening. Dit leidt tot minder conflicten en betere samenwerking.
De focus op onafhankelijkheid sluit goed aan bij moderne visies op zorg, waarbij patiënten zoveel mogelijk zelf de regie houden over hun leven en hun herstel. Het model respecteert de eigenheid en autonomie van de patiënt.
Nadelen en valkuilen
Een veelgehoorde kritiek is dat het model in de praktijk vaak wordt teruggebracht tot een afvinklijstje bij opname, terwijl het bedoeld is als doorlopende cognitieve benadering. Nancy Roper zelf noemde dit haar grootste teleurstelling met het gebruik van het model.
De 12 activiteiten kunnen bij oppervlakkige toepassing te simplistisch lijken. Ze zijn complexer dan de titel doet vermoeden, maar dat wordt niet altijd onderkend. Bijvoorbeeld: “communiceren” omvat veel meer dan alleen kunnen praten.
Het model geeft geen standaard interventies of verpleegkundige diagnoses, wat voor sommige verpleegkundigen als nadeel wordt ervaren. Het vereist meer zelfstandig denken en maatwerk dan geprotocolleerde modellen.
De vijf beïnvloedende factoren worden vaak genegeerd of oppervlakkig ingevuld, waardoor de holistische kracht van het model verloren gaat. Zonder deze factoren wordt het een incompleet medisch model in plaats van een holistisch verpleegkundig model.
Praktijkvoorbeeld: toepassing bij een patiënt na een CVA
Om het model concreter te maken, kijken we naar een praktijkvoorbeeld van een 68-jarige man die een CVA (beroerte) heeft gehad met blijvende hemiparese (half verlamd) rechts.
Beoordeling op de 12 activiteiten
Veilige omgeving handhaven: verhoogd valrisico door verlamming, verminderde waarneming rechterzijde. Communiceren: lichte afasie (woordvindingsproblemen), kan wel begrijpen. Ademhalen: normale ademhaling, wel risico op aspiratie bij eten. Eten en drinken: kan met linkerhand eten, heeft sliktest gehad, verhoogd risico op verslikken. Uitscheiden: kan toilet bereiken met rollator, heeft urine-incontinentie door verminderde mobiliteit. Persoonlijke verzorging: kan linkerkant verzorgen, heeft hulp nodig bij rechterkant en bij douchen. Lichaamstemperatuur: normaal. Mobiliseren: kan met rollator lopen, heeft fysiotherapie, nog niet traplopen. Werken en spelen: vroeger actief in verenigingsleven en tuinieren, nu beperkt. Seksualiteit: nog niet besproken, mogelijk zorgen over intimiteit. Slapen: slecht, onrust over toekomst, ongewone omgeving. Dood en sterven: angst voor tweede CVA.
Beïnvloedende factoren
Biologisch: 68 jaar, diabetes type 2, overgewicht, doorgemaakte CVA. Psychologisch: frustratie over beperkingen, angst voor toekomst, motivatie om te herstellen. Sociocultureel: was mantelzorger voor zieke echtgenote, nu zelf hulpbehoevend, schaamte. Omgeving: woont in huis met trap, badkamer op eerste verdieping. Politiek-economisch: heeft zorgverzekering, wachtlijst voor thuiszorg.
Zorgplan
Op basis van deze beoordeling worden doelen geformuleerd: binnen 2 weken zelfstandig naar toilet kunnen met rollator (mobiliseren, uitscheiden), binnen 1 maand zelfstandig kunnen douchen met hulpmiddelen (persoonlijke verzorging), begeleiding bij acceptatie van nieuwe situatie (psychologisch, werken en spelen), woningaanpassingen regelen voor thuiskomst (veilige omgeving, omgevingsfactoren).
Dit voorbeeld laat zien hoe het model een compleet beeld geeft van de patiënt en zijn situatie, en hoe verschillende activiteiten en factoren met elkaar samenhangen.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen het Roper-Logan-Tierney model en de 11 patronen van Gordon?
Het RLT-model werkt met 12 concrete, waarneembare activiteiten van het dagelijks leven en focust op het afhankelijkheid-onafhankelijkheid continuüm. Gordon werkt met 11 meer abstracte gezondheidspatronen en is sterker gericht op verpleegkundige diagnoses. RLT is praktischer en meer gericht op zelfstandigheid in dagelijkse handelingen, Gordon is theoretischer en diagnostischer.
Wanneer gebruik je het Roper-Logan-Tierney model?
Het model is breed toepasbaar in alle zorgsettings: ziekenhuizen, verpleeghuizen, revalidatiecentra en thuiszorg. Het werkt het beste bij patiënten waarbij herstel van zelfstandigheid centraal staat, zoals na een operatie, CVA of bij chronische aandoeningen die het dagelijks functioneren beïnvloeden.
Wat zijn de 12 activiteiten van het dagelijks leven in het RLT-model?
De 12 activiteiten zijn: een veilige omgeving handhaven, communiceren, ademhalen, eten en drinken, uitscheiden, persoonlijke verzorging en kleden, lichaamstemperatuur reguleren, mobiliseren, werken en spelen, seksualiteit uiten, slapen, en dood en sterven.
Wat zijn de vijf beïnvloedende factoren in het RLT-model?
De vijf factoren die invloed hebben op de activiteiten van het dagelijks leven zijn: biologische factoren (gezondheid, anatomie, fysiologie), psychologische factoren (emotie, cognitie, spiritualiteit), socioculturele factoren (sociale klasse, culturele normen, religie), omgevingsfactoren (woonsituatie, milieu) en politiek-economische factoren (beleid, verzekering, toegang tot zorg).
Hoe beoordeel je onafhankelijkheid in het RLT-model?
Voor elke activiteit wordt gekeken waar de patiënt staat op het continuüm van totale afhankelijkheid tot volledige onafhankelijkheid. Je beoordeelt de normale situatie (voor de ziekte), de huidige situatie, en het potentieel voor herstel of behoud van zelfstandigheid. Dit is een dynamische beoordeling die regelmatig wordt herhaald.
Is het RLT-model nog actueel?
Ja, het model wordt nog steeds veel gebruikt, vooral in het Verenigd Koninkrijk en andere Europese landen. Het sluit goed aan bij moderne visies op zorg waarbij patiëntparticipatie en zelfstandigheid centraal staan. Wel is het belangrijk om het model correct toe te passen, inclusief de vijf beïnvloedende factoren, en niet als simpel afvinklijstje.
Kan het RLT-model ook gebruikt worden in de thuiszorg?
Absoluut. Het model is juist zeer geschikt voor de thuiszorg omdat het kijkt naar hoe iemand functioneert in zijn eigen omgeving. De beoordeling van mobiliseren, veilige omgeving en zelfverzorging is in de thuissituatie vaak relevanter en zichtbaarder dan in een ziekenhuisomgeving.
Wat is de grootste fout bij het gebruik van het RLT-model?
Volgens Nancy Roper zelf is de grootste fout dat verpleegkundigen de vijf beïnvloedende factoren negeren. Zonder deze factoren verliest het model zijn holistische karakter. Ook wordt het model te vaak gebruikt als eenmalig afvinklijstje bij opname, terwijl het bedoeld is als doorlopende cognitieve benadering van de zorg.
Bronnen en meer informatie
Dit artikel is gebaseerd op de oorspronkelijke werken van Nancy Roper, Winifred Logan en Alison Tierney, wetenschappelijke literatuur over verpleegkundige modellen en praktijkervaringen met het RLT-model.
Aanbevolen bronnen:
Roper, N., Logan, W., & Tierney, A.J. (2000). The Roper-Logan-Tierney Model of Nursing: Based on Activities of Living. Churchill Livingstone.
Holland, K., & Jenkins, J. (Eds.). (2019). Applying the Roper-Logan-Tierney model in practice (3rd ed.). Elsevier.
Wikipedia: Roper-Logan-Tierney model of nursing – Overzicht en historische context
PubMed: Using the Roper, Logan and Tierney model in care of people with COPD – Wetenschappelijk onderzoek naar effectiviteit
Gerelateerde verpleegkundige modellen:
11 Patronen van Gordon – Het meest gebruikte verpleegkundig model in Nederland
Omaha-systeem – Vooral gebruikt in de wijkverpleging
PES-methode – Voor het formuleren van verpleegkundige diagnoses
NANDA-NIC-NOC – Internationaal systeem voor verpleegkundige diagnoses en interventies
Dit artikel is bedoeld als educatief materiaal voor verpleegkundestudenten, zorgprofessionals en anderen die geïnteresseerd zijn in verpleegkundige modellen. De informatie is zorgvuldig samengesteld op basis van wetenschappelijke bronnen en praktijkervaringen, maar kan niet alle nuances van de oorspronkelijke theorie dekken.
Voor diepgaande studie en correcte toepassing in de praktijk wordt geadviseerd de oorspronkelijke werken van Roper, Logan en Tierney te raadplegen en scholing te volgen. De auteurs van dit artikel zijn niet verantwoordelijk voor eventuele onjuiste toepassing van het model in de zorgpraktijk. Voor specifieke patiëntsituaties is altijd professioneel oordeel van gekwalificeerde zorgverleners vereist.
 
Artikel geschreven op 13 december 2025. Laatste review op 27 januari 2026, 17:08 door Alex








