Laatst bijgewerkt op 10 juli 2024, 20:28

Marjory Gordon ontwikkelde de 11 gezondheidspatronen als een middel om een systematische en holistische beoordeling van de gezondheid van patiënten te maken. Deze patronen zijn essentieel in de zorg en een belangrijk hulpmiddel voor verpleegkundigen. De rol van de patronen van Gordon in de zorg lichten we in dit artikel verder toe.


 

Anamnese: een kernproces in de zorg

Anamnese is het proces waarbij een verpleegkundige systematisch informatie verzamelt over de gezondheidstoestand van een patiënt. Anamnese is essentieel voor het vormen van een compleet beeld van de patiënt en het ontwikkelen van een effectief zorgplan.

Tijdens de anamnese stel je vragen over de huidige klachten van de patiënt, hun medische voorgeschiedenis, gebruikte medicatie, allergieën, en familiegeschiedenis. Ook bespreek je leefgewoonten zoals voeding, lichaamsbeweging, roken, en alcoholgebruik. Deze informatie helpt bij het identificeren van risicofactoren en het plannen van passende interventies. Een grondige anamnese bevordert niet alleen een beter begrip van de patiënt, maar ondersteunt ook klinisch redeneren en draagt bij aan betere zorguitkomsten.

 

Anamnese en de 11 gezondheidspatronen van Gordon

Gezien het belang van een goede anamnese, kan het geen verrassing zijn dat er in de loop der tijd diverse methoden zijn ontwikkeld die kunnen helpen om het proces van anamnese zo goed mogelijk te laten lopen. De 11 gezondheidspatronen van Gordon zijn daar een goed voorbeeld van.

Deze patronen bieden een gestructureerd en holistisch kader voor het verzamelen van gedetailleerde informatie over de gezondheidstoestand van een patiënt. Door elke gezondheidspatroon systematisch te evalueren – zoals gezondheidsperceptie, voedingsgewoonten, slaap, en stressmanagement – kunnen verpleegkundigen een volledig beeld vormen van zowel de fysieke als psychosociale aspecten van de patiënt. Dit helpt niet alleen bij het identificeren van huidige gezondheidsproblemen, maar ook bij het herkennen van risicofactoren en het ontwikkelen van gepersonaliseerde zorgplannen.

Het gebruik van de patronen van Gordon zorgt ervoor dat geen enkel belangrijk aspect van de gezondheid over het hoofd wordt gezien, wat leidt tot betere diagnose en effectievere interventies. Hierdoor wordt de kwaliteit van zorg verbeterd en wordt een stevige basis gelegd voor klinisch redeneren.

 

De gezondheidspatronen van Gordon toegepast

We zullen nu per patroon uitleggen hoe de 11 gezondheidspatronen van Gordon gebruikt kunnen worden in de zorg. Op zoek naar een algemene uitleg over de patronen van Gordon? Lees dan ons algemene artikel over de methode van Gordon.

1. Gezondheidsbeleving en -instandhouding

Dit patroon, ook wel gezondheidsperceptie en -beheer genoemd, richt zich op hoe patiënten hun gezondheid waarnemen en beheren. Verpleegkundigen moeten begrijpen hoe patiënten hun gezondheid beschouwen en welke maatregelen ze nemen om deze te behouden. Vragen zoals “Hoe beoordeelt u uw algehele gezondheid?” en “Welke gezondheidsbevorderende activiteiten onderneemt u?” kunnen hierbij helpen. Kennis over deze aspecten is cruciaal om het bewustzijn en de bereidheid van de patiënt om gezondheidsbevorderend gedrag te vertonen, te beoordelen.

2. Voeding en stofwisseling

Dit patroon heet 0ok wel voedingspatroon en metabolisme. Het onderzoekt de eet- en drinkgewoonten van een patiënt, evenals hun stofwisseling. Verpleegkundigen moeten in staat zijn om te beoordelen of er sprake is van voedingsdeficiënties of metabole stoornissen. Dit kan door vragen te stellen over de dagelijkse voeding, voedselallergieën en -intoleranties. Het is belangrijk om te weten hoe deze factoren de algehele gezondheid beïnvloeden en hoe voedingsinterventies kunnen worden aangepast.

3. Uitscheiding

Het eliminatiepatroon omvat de uitscheidingsfuncties van de patiënt, zoals poep- en plasgewoonten. Verpleegkundigen moeten problemen zoals constipatie, incontinentie of urineweginfecties kunnen identificeren. Vragen zoals “Hoe vaak heeft u stoelgang?” en “Heeft u problemen met urineren?” zijn essentieel voor het verkrijgen van deze informatie.

4. Activiteit en beweging

Dit patroon beoordeelt de mate van fysieke activiteit en het vermogen van de patiënt om dagelijkse activiteiten uit te voeren. Verpleegkundigen moeten de fysieke beperkingen en barrières voor activiteit kunnen identificeren. Vragen zoals “Kunt u uw dagelijkse activiteiten beschrijven?” en “Ervaart u beperkingen in uw mobiliteit?” helpen om een volledig beeld te krijgen van de fysieke toestand van de patiënt.

5. Slaap en rust

Het slaap- en rustpatroon evalueert de kwaliteit en kwantiteit van slaap. Verpleegkundigen moeten kunnen identificeren of er sprake is van slaapstoornissen zoals insomnie of hypersomnie. Vragen zoals “Hoeveel uur slaapt u per nacht?” en “Heeft u moeite met in slaap vallen?” zijn cruciaal voor het beoordelen van dit patroon.

6. Cognitie en waarneming

Dit patroon onderzoekt de cognitieve functies en perceptuele capaciteiten van de patiënt. Verpleegkundigen moeten kunnen identificeren of er sprake is van cognitieve beperkingen of sensorische tekorten. Vragen zoals “Heeft u moeite met het onthouden van recente gebeurtenissen?” en “Ervaart u veranderingen in uw gezichtsvermogen of gehoor?” zijn nuttig om deze informatie te verkrijgen.

7. Zelfbeleving

Dit patroon, ook wel zelfperceptie en zelfconcept, richt zich op het zelfbeeld en de eigenwaarde van de patiënt. Verpleegkundigen moeten in staat zijn om problemen zoals een laag zelfbeeld of een verstoord lichaamsbeeld te identificeren. Vragen zoals “Hoe ziet u uzelf?” en “Bent u tevreden met uw lichaamsbeeld?” helpen om een beter inzicht te krijgen in de perceptie van de patiënt over zichzelf.

8. Rollen en relaties

Het rol- en relatiepatroon onderzoekt de sociale rollen en relaties van de patiënt. Verpleegkundigen moeten kunnen identificeren of er sprake is van rolconflicten of disfunctionele relaties. Vragen zoals “Bent u tevreden met uw sociale rollen?” en “Heeft u problemen in uw relaties met anderen?” zijn belangrijk om deze aspecten te beoordelen.

9. Seksualiteit en voortplanting

Dit patroon richt zich op de seksuele gezondheid en voortplanting van de patiënt. Verpleegkundigen moeten in staat zijn om problemen met betrekking tot seksuele tevredenheid en voortplantingsgezondheid te identificeren. Vragen zoals “Bent u tevreden met uw seksuele leven?” en “Heeft u zorgen over uw voortplantingsgezondheid?” zijn cruciaal voor dit patroon.

10. Stressverwerking

Het coping- en stresstolerantiepatroon beschrijft hoe patiënten omgaan met stress en welke strategieën ze gebruiken. Verpleegkundigen moeten de effectiviteit van deze copingstrategieën kunnen beoordelen. Vragen zoals “Hoe gaat u om met stress?” en “Welke strategieën gebruikt u om stress te beheersen?” helpen om deze informatie te verkrijgen.

11. Waarden en overtuigingen

Dit patroon onderzoekt de waarden en overtuigingen van de patiënt, inclusief spirituele en morele aspecten. Verpleegkundigen moeten kunnen begrijpen hoe deze waarden de keuzes en het gedrag van de patiënt beïnvloeden. Vragen zoals “Wat zijn de belangrijkste waarden in uw leven?” en “Hoe beïnvloeden deze waarden uw dagelijkse beslissingen?” helpen om een holistisch beeld te krijgen van de patiënt.

 

Een praktisch voorbeeld

Stel je voor dat je een oudere patiënt hebt die herstelt van een heupfractuur. Door de 11 gezondheidspatronen van Gordon te gebruiken, kun je een gedetailleerde en holistische beoordeling maken.

  • Bij de gezondheidsperceptie ontdek je dat de patiënt zich zorgen maakt over zijn mobiliteit.
  • Bij het voedingspatroon merk je een tekort aan eiwitten, wat essentieel is voor herstel.
  • Het uitscheidingspatroon onthult constipatieproblemen door immobiliteit en medicatie.
  • Activiteitspatronen laten zien dat de patiënt fysiotherapie nodig heeft om mobiliteit te herstellen.
  • Het slaap- en rustpatroon toont slaapstoornissen door pijn en angst.
  • Cognitieve en perceptuele beoordelingen wijzen op lichte verwarring door medicatie.
  • Zelfperceptiepatronen laten zien dat de patiënt zich hulpeloos voelt.
  • De rol- en relatiepatronen onthullen een gebrek aan sociaal netwerk.
  • Seksualiteits- en voortplantingspatronen tonen zorgen over intieme relaties.
  • Het stressverwekingspatronen wijzen op stress door de huidige situatie.
  • Waarden- en overtuigingspatronen tonen aan dat de patiënt steun vindt in zijn geloof.

Door deze gedetailleerde beoordeling kun je een gepersonaliseerd zorgplan opstellen dat zowel fysieke als emotionele aspecten van herstel aanpakt, zonder essentiële onderdelen van de gezondheid van een patiënt over het hoofd te zien.

 

Anamnese, klinisch redeneren en de 11 patronen van Gordon

Klinisch redeneren en anamnese zijn nauw met elkaar verbonden en vormen samen de basis voor effectieve verpleegkundige zorg. Anamnese is het systematisch verzamelen van patiëntinformatie, waarbij je vragen stelt over huidige klachten, medische voorgeschiedenis, leefgewoonten en meer. Deze verzamelde gegevens dienen als fundament voor klinisch redeneren, het proces waarbij je deze informatie analyseert, interpreteert en toepast om diagnoses te stellen en zorgplannen te ontwikkelen.

Klinisch redeneren helpt je om verbanden te leggen tussen symptomen, mogelijke oorzaken te identificeren en de beste zorginterventies te bepalen. Kortom, anamnese levert de cruciale informatie die nodig is voor klinisch redeneren, waardoor je als verpleegkundige in staat bent om weloverwogen, evidence-based beslissingen te nemen en de kwaliteit van de patiëntenzorg te verbeteren.

Gordon’s gezondheidspatronen ondersteunen klinisch redeneren door verpleegkundigen een uitgebreide en gestructureerde manier te bieden om patiëntinformatie te verzamelen en te analyseren. Door Gordon’s patronen te gebruiken, kunnen verpleegkundigen een holistisch beeld vormen van de patiënt, wat de basis vormt voor nauwkeurig klinisch redeneren. In combinatie met andere methoden zoals PES en SBAR kunnen verpleegkundigen niet alleen problemen identificeren en diagnosticeren, maar ook effectief communiceren en interventies plannen.

 

De patronen van Gordon en andere methoden in de zorg

Zoals al gezegd bieden de 11 gezondheidspatronen van Gordon een gestructureerd en holistisch kader voor het beoordelen van de gezondheid van patiënten. Maar hoe verhouden deze patronen zich tot andere veelgebruikte methoden in de verpleging, zoals de NANDA-verpleegkundige diagnose, het Omaha System, het Roper-Logan-Tierney model, PES en SBAR? Hier is een vergelijking per methode.

Gordon’s 11 gezondheidspatronen

Gordon’s gezondheidspatronen zijn ontworpen om een uitgebreide beoordeling van de patiënt te maken door een breed scala aan gezondheidsdomeinen te onderzoeken, zoals voedingsgewoonten, slaap, zelfperceptie en stressmanagement. Dit holistische model helpt verpleegkundigen om zowel fysieke als psychosociale factoren in overweging te nemen bij het ontwikkelen van een zorgplan. Het grootste voordeel is de systematische aanpak die leidt tot een gedetailleerd begrip van de gezondheidstoestand van de patiënt, wat cruciaal is voor het opstellen van gepersonaliseerde interventies.

NANDA verpleegkundige diagnoses

De NANDA (North American Nursing Diagnosis Association) biedt een gestandaardiseerde lijst van verpleegkundige diagnoses die verpleegkundigen gebruiken om gezondheidsproblemen te identificeren en te benoemen. Terwijl Gordon’s patronen zich richten op een breed scala aan gezondheidsdomeinen, biedt NANDA een specifieke taal voor het diagnosticeren van deze problemen. Dit helpt verpleegkundigen om nauwkeurige en uniforme diagnoses te stellen die gemakkelijk kunnen worden gecommuniceerd en gedocumenteerd. Echter, NANDA is meer diagnostisch gericht en minder holistisch in vergelijking met Gordon’s patronen, die een bredere beoordeling mogelijk maken.

Omaha System

Het Omaha System is een ander gestandaardiseerd classificatiesysteem dat wordt gebruikt in de verpleging en andere zorgdisciplines. Het bestaat uit drie componenten: het probleemclassificatieschema, het interventieprogramma en het resultaatmeetinstrument. Net als Gordon’s patronen biedt het Omaha System een uitgebreide beoordeling, maar het legt meer nadruk op interventies en uitkomsten. Het Omaha System kan complementair zijn aan Gordon’s patronen door gedetailleerde richtlijnen te geven voor interventies en het meten van de resultaten van zorg, waardoor de effectiviteit van zorg beter kan worden geëvalueerd.

Roper-Logan-Tierney model voor levensactiviteiten

Het Roper-Logan-Tierney model richt zich op twaalf activiteiten van het dagelijks leven (ADL’s), zoals ademhaling, eten en drinken, en persoonlijke hygiëne. Dit model helpt verpleegkundigen om de functionele capaciteiten en beperkingen van patiënten te beoordelen. Terwijl dit model zich meer richt op praktische aspecten van dagelijkse zorg, bieden Gordon’s patronen een breder perspectief door ook psychosociale en emotionele domeinen te integreren. Beide modellen zijn waardevol, maar het Roper-Logan-Tierney model is praktischer gericht op dagelijkse functies, terwijl Gordon’s patronen een completer beeld geven van de algehele gezondheid en welzijn.

PES: Probleem, Etiologie, Symptomen

De PES-methode wordt gebruikt om verpleegkundige diagnoses te formuleren en bestaat uit drie componenten: Probleem (de gezondheidskwestie), Etiologie (oorzaken of gerelateerde factoren) en Symptomen (verschijnselen of bewijzen van het probleem). Deze methode helpt verpleegkundigen om duidelijke en gedetailleerde diagnoses te stellen die de basis vormen voor effectieve zorgplannen. In vergelijking met Gordon’s patronen, die een breed scala aan gezondheidsaspecten onderzoeken, richt PES zich specifiek op het benoemen en analyseren van individuele problemen.

SBAR: Situatie, Achtergrond, Analyse, Richtsnoer

SBAR is een communicatietechniek die wordt gebruikt om belangrijke informatie over de gezondheidstoestand van een patiënt efficiënt over te brengen. SBAR staat voor Situatie (wat is er aan de hand?), Achtergrond (wat is de context?), Analyse/Beoordeling (wat is het probleem?) en Richtsnoer/Aanbeveling (wat stel je voor?). Deze techniek verbetert de communicatie tussen zorgverleners en zorgt voor een gestructureerde en effectieve overdracht van informatie. Terwijl Gordon’s patronen een uitgebreide beoordeling bieden, zorgt SBAR ervoor dat de kerninformatie snel en duidelijk wordt gecommuniceerd, wat essentieel is in noodsituaties en voor continue zorg.

 

Het gebruik van meerdere methoden in de zorg

In de praktijk kunnen deze methoden en technieken complementair  aan elkaar worden gebruikt om een meer holistische benadering van patiëntenzorg te bereiken. Bijvoorbeeld:

  • Een verpleegkundige kan beginnen met een brede beoordeling met behulp van Gordon’s patronen om een compleet beeld van de patiënt te krijgen.
  • Vervolgens kunnen specifieke problemen worden geïdentificeerd en gedocumenteerd met behulp van NANDA-diagnoses.
  • Interventies kunnen worden gepland en geëvalueerd met behulp van het Omaha System.
  • Dagelijkse functionele activiteiten kunnen worden beoordeeld en gemonitord met het Roper-Logan-Tierney model.
  • Daarna kan PES worden gebruikt om gedetailleerde verpleegkundige diagnoses te formuleren
  • Tot slot pas je SBAR toe om de bevindingen effectief te communiceren met andere zorgverleners.

Door deze methoden te combineren, kunnen verpleegkundigen een meer gepersonaliseerde en effectieve zorg leveren. Dit bevordert niet alleen de gezondheid en het welzijn van de patiënt, maar helpt ook bij het verbeteren van de communicatie en samenwerking binnen het zorgteam.

Het gebruik van deze diverse methoden kan in de zorg, bijvoorbeeld door verpleegkundigen, gebruikt worden om een breder en dieper begrip te krijgen van patiëntenzorg. Door de sterke punten van elk systeem te benutten, kun je een meer holistische en patiëntgerichte benadering toepassen, wat uiteindelijk leidt tot betere zorgresultaten en patiënttevredenheid.

 

De 11 gezondheidspatronen van Gorden: een centrale rol in de zorg

Kort samengevat vormen de patronen van Gordon een essentieel hulpmiddel voor verpleegkundigen om de gezondheid van patiënten grondig te beoordelen. Het raamwerk omvat elf functionele gezondheidsgebieden, zoals voeding, slaap, en stress, en biedt een holistisch overzicht van de patiënt. Door systematisch gebruik van deze patronen kunnen zorgproblemen effectief worden geïdentificeerd, behandeldoelen gesteld en passende interventies gepland. Het consistent toepassen van Gordon’s patronen verbetert de kwaliteit van de zorg en helpt verpleegkundigen om effectieve diagnoses te stellen.