Onlangs interviewden we Claire Orth. Claire is niet alleen diëtist & leefstijlcoach, maar ook personal trainer. En – alsof dat nog niet genoeg is – Claire is ook actief als tekstschrijver en communicatiespecialist in haar eigen bedrijf Claire in Context, waar ze zich heeft gespecialiseerd in de onderwerpen voeding en gezondheid.
Je bent naast diëtist & leefstijlcoach ook personal trainer. Hoe helpt deze combinatie van expertises jou om gezondheid in de juiste ‘context’ te plaatsen voor je cliënten?
Samen met mijn kennis van psychologie en gedragsverandering helpt dit mij om het totale plaatje van iemands gezondheid te zien. Het gaat niet alleen om wat iemand eet of hoeveel iemand beweegt, maar om hoe voeding, beweging, slaap, stress en mentale veerkracht elkaar beïnvloeden.
Veel stress kan bijvoorbeeld niet alleen zorgen dat iemand meer of ongezonder gaat eten, maar ook verklaren waarom iemand moeite heeft met afvallen. Als diëtist heb ik daarnaast medische kennis van aandoeningen en medicatie, die een grote rol spelen in leefstijl en energie.
Verder heb ik veel kennis over het omgaan met uiteenlopende mensen. Hierdoor kan ik cliënten advies geven dat écht haalbaar is in hun dagelijkse leven, afgestemd op hun persoonlijke situatie.
Diëtisten worden soms als streng, belerend en een beetje stoffig gezien. Wat zeker niet altijd klopt. Door mijn ervaringen in de sportschool heb ik geleerd dat je advies wél serieus én leuk kunt maken, met een fijne sfeer waarin ook gelachen wordt.
Je hebt zelf de omslag gemaakt van een ongezonde naar een gezonde leefstijl. Wat was voor jou persoonlijk het moeilijkste puzzelstukje in dat proces en hoe gebruik je die ervaring nu in je coaching?
Voor mij persoonlijk was het vinden van de juiste informatie erg uitdagend. Dit is nu meer dan 13 jaar geleden. Er was toen veel minder informatie online te vinden. Ik heb van alles geprobeerd, ook dingen die later niet zo gezond bleken. Simpelweg omdat ik toen nog niet wist hoe je betrouwbare, praktische informatie vindt. Daarnaast merkte ik hoe lastig het is om echt te veranderen en nieuwe gewoontes op te pikken.
Ik heb geleerd dat je niet in één dag alles anders kan doen, maar één ding tegelijk moet aanpakken. Toen ik bijvoorbeeld begon met meer bewegen, merkte ik dat gezond eten vanzelf makkelijker werd en dat dingen die beweging in de weg stonden, automatisch minder plaats innamen in mijn dagelijkse routine. Het effect van één kleine verandering gaf energie en vertrouwen om verder te gaan.
Ik heb ook periodes gehad dat ik te veel wilde en dit te laat merkte. Die ervaringen gebruik ik nu in mijn coaching door cliënten te helpen focussen op kleine en haalbare aanpassingen en niet tegelijk alles veranderen. Dit vergroot de kans dat mensen hun leefstijl blijvend veranderen.
Veel mensen weten wel wat ze ‘zouden moeten' eten, maar de stap naar blijvende gedragsverandering is vaak de grootste drempel. Welke veelgemaakte fout zie jij mensen maken als ze hun leefstijl willen omgooien?
De grootste valkuil is te groot en te snel beginnen. Veel mensen willen alles tegelijk veranderen. Ze duiken in extreem gezond eten, maken urenlange sportsessies en houden nauwelijks tijd over voor ontspanning. Ze willen alles perfect doen.
Ook zijn veel mensen op zoek naar een magisch middel. Hét dieet, een pil of een injectie waarmee alles ineens verandert. Nu zijn er wel dergelijke afslankmiddelen op de markt (o.a. het medicijn Ozempic), maar ook dit is geen magisch middel. Als je het gebruikt zonder je leefstijl aan te passen en vervolgens weer stopt, dan kom je volgens recent onderzoek vier keer sneller aan dan na een normaal dieet.
Veel afslankmiddelen zorgen ervoor dat je helemaal geen honger meer hebt. Het grote nadeel hiervan is dat je niet kan leren omgaan met voedselverleidingen tijdens het gebruik van het middel. Dan kan dit extra uitdagend zijn na het stoppen met deze middelen. Sommige mensen krijgen zelfs te weinig voedingsstoffen binnen, omdat ze te weinig eten.
Het is logisch dat iedereen snel resultaat wil. Ons brein houdt van directe beloningen. Maar juist daardoor is het zo lastig om blijvende verandering te maken. Wie te hard van stapel loopt, valt sneller terug in oude gewoontes of brandt zichzelf op. Door kleine doelen te stellen en kleine successen te vieren blijf je gemotiveerd. Geniet ook van de weg naar je doel. Procesdoelen helpen je hierbij. Dit zijn doelen die gericht zijn op het proces zelf. Zoals ‘drie keer per week 30 minuten wandelen of krachttraining doen’.
Je hebt gewerkt als diëtist gespecialiseerd in maag- en darmproblematiek en het FODMAP-dieet. Waarom is de darmgezondheid volgens jou de basis van ons algehele welzijn?
De darmen zijn ontzettend belangrijk voor de gezondheid. Ze doen veel meer dan alleen voeding verteren. Ze vormen de basis van hoe je je voelt, functioneert en herstelt. Een gezonde darm beïnvloedt je energie, je hormonen, je immuunsysteem en zelfs je stemming.
Wat veel mensen niet weten, is dat er aanwijzingen zijn dat een verstoorde darmflora kan bijdragen aan stressgevoeligheid, slaapproblemen en hongergevoel. Het kan mogelijk zelfs een rol spelen bij mentale aandoeningen.
Daarnaast gaat het niet alleen om wat je wél of niet eet, maar ook om je leefstijl. Bewegen, slaap, stressmanagement en regelmaat in maaltijden hebben allemaal invloed op de darmen. Voor mensen met maag- en darmklachten, zoals bij het FODMAP-dieet, betekent dit dat ik niet alleen kijk naar voeding, maar ook naar dagelijkse gewoontes en triggers die klachten in de hand werken. Stress speelt vaak een grote rol.
Naast fysieke aspecten heb je veel aandacht voor neurodiversiteit. Hieronder vallen bijvoorbeeld mensen met ADHD of autisme.. Waar lopen deze doelgroepen vaak tegenaan op het gebied van voeding en leefstijl waar reguliere adviezen de plank misslaan?
Voor mensen met ADHD kan gezond eten extra lastig zijn. Ze hebben vaker meer moeite met planning, impulscontrole en het volhouden van routines. Daardoor kiezen ze eerder voor snelle, makkelijke maaltijden of snacks, ook als die minder gezond zijn. Daarnaast kunnen ze meer gevoelig zijn voor beloningen op korte termijn, waardoor chocolade, chips of suikerhoudende dranken erg verleidelijk zijn. Boodschappen doen of maaltijden maken kan uitdagender zijn als je moeite hebt met plannen.
Autistische mensen hebben vaker voorkeuren voor bepaalde smaken, texturen of kleuren. Variëren is dan lastiger. Sterke geuren of drukke keukens kunnen ervoor zorgen dat koken of nieuwe dingen proberen te veel wordt.
Ook andere vormen van neurodiversiteit kunnen zorgen voor andere uitdagingen als het gaat om gezonder leven. Hypersensitieve mensen raken snel overprikkeld door licht, geluid of geur, waardoor supermarkten of koken stressvol kunnen zijn. Hoogbegaafden hebben soms last van perfectionisme. Alles moet “perfect”, waardoor plannen of koken uitgesteld wordt. Dyslexie maakt lezen van recepten of etiketten vermoeiend, waardoor de keuze sneller valt op kant-en-klaar maaltijden of minder gezonde opties.
Neurodiverse mensen hebben ook sneller last van stress. Dit kan het lastiger maken om gezond te leven. Reguliere adviezen houden hier geen rekening mee. Ze vergeten dat het niet alleen gaat om wát je eet gaat, maar ook om hoe je het kan volhouden, hoe je stress en prikkels opvangt en welke begeleiding nodig is. Er kunnen bijvoorbeeld te grote doelen worden gesteld. Begrip, geduld en concrete stappen maken gezond eten haalbaar, ook als je brein anders werkt.
Je schrijft ook veel over ‘wereldkeukens' en culturele nuances in voeding. Hoe kunnen we de Nederlandse gezondheidszorg inclusiever maken als het gaat om voedingsadviezen?
In Nederland werken we veel met de Schijf van Vijf. Die is gebaseerd op wetenschappelijke inzichten: voldoende vezels, eiwitten, vitamines, mineralen en gezonde vetten. Het doel is zorgen dat je lichaam krijgt wat het nodig heeft. Daarnaast houdt de Schijf van Vijf ook rekening met duurzaamheid. Dat betekent dat je voeding niet alleen goed is voor jezelf, maar ook voor de planeet. Zo wordt aangeraden om meer plantaardige producten te eten, bijvoorbeeld groenten, fruit, peulvruchten en volle granen, en minder vlees en bewerkte producten. Ook wordt aandacht besteed aan seizoensgebonden en lokaal eten, zodat er minder milieubelasting is door transport en productie.
Maar de invulling ervan is afgestemd op de Nederlandse eetcultuur. Volkoren boterhammen, aardappelen, zuivel. In elk land is er een ander soort ‘Schijf van Vijf’. Soms ook gebaseerd op dezelfde onderliggende wetenschap, maar niet altijd. Zo heeft de VS Myplate, UK heeft de Eatwell Guide en Australië heeft de Australian Guide to Healthy Eating. Sommige landen benadrukken ook het sociale aspect van eten, zoals Frankrijk, Mexico en de Nordics.
Dat past prima bij veel mensen, maar niet bij iedereen. Als je opgroeit met veel rijst, injera, roti, bulgur of maïsmeel, dan hoeft je echt niet ineens over op boterhammen om gezond te eten. Inclusiever werken betekent dus niet dat we de richtlijnen loslaten, maar dat we ze slimmer vertalen. Wat eet iemand al? Hoe wordt het bereid? Waar kunnen we groente toevoegen? Hoe zit het met vezels, eiwitten, vetten? Het gesprek moet aansluiten bij iemands persoonlijke situatie. Niet bij een standaard weekmenu uit een Nederlands voorlichtingsboekje.
Daar hoort ook aandacht voor cultuur en religie bij. Tijdens de ramadan verschuift het eetritme volledig. Dan kijk je samen hoe je tussen suhoor (ochtendmaaltijd) en iftar (avondmaaltijd) voldoende eiwitten, vezels en vocht binnenkrijgt.
Bij orthodoxe christenen zijn er periodes waarin soms geen vlees of geen dierlijke producten worden gegeten. Het is dan belangrijk om hen te helpen om toch voldoende eiwitten binnen te krijgen.
De gezondheidszorg wordt inclusiever als we stoppen met denken in ‘afwijkingen van de norm’. Er ís niet één norm. Er zijn overkoepelende richtlijnen, en die kun je toepassen binnen verschillende culturen, religies en eetpatronen. Daarnaast is het belangrijk om rekening te houden met de normen en waarden van verschillende mensen.
Er is tegenwoordig een enorme hoeveelheid (soms tegenstrijdige) informatie over gezondheid en supplementen beschikbaar. Hoe bewaak jij als expert de grens tussen wetenschappelijke feiten en hippe gezondheidstrends?
Er is zóveel gezondheidsinformatie dat je bijna denkt dat je elke dag iets nieuws moet slikken om bij te blijven. Mijn uitgangspunt is simpel: wat zegt goed onderzoek?
Ik kijk naar de kwaliteit: wat voor onderzoek is het, hoe groot was de groep, is het herhaald? Soms wordt één kleine studie uitgelicht omdat die toevallig een positief effect liet zien. Dat gebeurt vaker dan je denkt en heet cherrypicking.
Bij veel krantenkoppen lijkt het alsof er grote conclusies worden getrokken, maar vaak gaat het om kleine onderzoeken: proefpersonen van slechts tientallen mensen, of onderzoek in een reageerbuis of bij dieren. Dat zegt niets over hoe het bij mensen werkt, het kan hooguit aanleiding zijn voor verder onderzoek. Een studie onder twintig studenten zegt bijvoorbeeld weinig over de rest van Nederland.
De onderzoeken die wél iets zeggen zijn grote, herhaalde studies bij mensen of systema
Dat betekent niet dat iets per definitie onzin is, maar je moet er geen grote beloftes aan ophangen. Sommige interventies of supplementen kúnnen voordelen hebben, ook al is het bewijs nog beperkt. Als iets veilig is, kan je het proberen, maar verwacht geen wonderen. Gezondheid gaat om alles wat je meestal doet, niet om één product of trucje.
Je kunt drie eiwitshakes per dag drinken, maar als je niet traint gebeurt er weinig. Je kunt elke dag mediteren, maar als je constant haast hebt en piekert, voel je alsnog stress. Het klinkt misschien teleurstellend, maar dit is de realiteit: het gaat om het grotere plaatje, niet om één wondermiddel.
Waarom ben je naast professional in de gezondheidssector je gaan omscholen tot communicatiespecialist en tekstschrijver?
Ik merkte in de praktijk dat kennis alleen niet genoeg is. Je kunt als zorgprofessional precies weten hoe het zit, maar als iemand het niet begrijpt of zich niet aangesproken voelt, gebeurt er niets.
Er is een enorme kloof tussen wetenschappelijke taal en wat mensen daadwerkelijk lezen en onthouden. Die brug wilde ik slaan. Daarom ben ik me gaan verdiepen in communicatie en tekstschrijven. Want gezondheidsinformatie hoeft niet ingewikkeld te zijn om correct te blijven. Sterker nog: hoe duidelijker het is, hoe groter de kans dat iemand er iets mee doet.
Ook helpt het mij om me constant te ontwikkelen als diëtist en leefstijlcoach. Tegelijkertijd merk ik als zorgprofessional wat er speelt in de praktijk.
Als tekstschrijver maak je complexe medische informatie begrijpelijk. Welk hardnekkig gezondheidsmythe zou jij voor eens en voor altijd de wereld uit willen helpen met een heldere uitleg?
“Als je heel gespierd bent, ben je gezond”
Tegenwoordig is er in de sportschool veel druk om een gespierd en afgetraind lichaam te hebben. Grote spieren zeggen niets over je echte gezondheid. Spieren zijn goed voor je lichaam en metabolisme. Maar je hoeft niet elke dag in de gym te staan om gezond te zijn.
Soms volgen mensen een eenzijdig voedingspatroon of eten veel kant-en-klare maaltijden uit de supermarkt speciaal voor fitte mensen. Door een eenzijdig voedingspatroon krijg je niet alle benodigde voedingsstoffen binnen. Kant-en-klare maaltijden zitten vol onnodige toevoegingen, suiker en zout.
Bulken en cutten zorgt voor een jojo-effect. Bij ‘dirty bulking’ wordt vooral veel ongezond eten gegeten om spiermassa te winnen. Het levert misschien spieren op, maar ook vet. Het kan leiden tot een verminderde insulinegevoeligheid en een uit balans rakend metabolisme. Bij vrouwen kan een extreem laag vetpercentage leiden tot stopzetten van de menstruatie, met gevolgen voor hormonen, botten en energie. Soms kan deze behoefte om steeds gespierder te worden, ook effect hebben op de mentale gezondheid. Krachttraining is zeker gezond, maar het gaat om de balans in voeding, slaap, beweging en mentale veerkracht. Niet om het perfecte gespierde lijf.
Geloof jij dat we in de toekomst meer chronische aandoeningen kunnen genezen of voorkomen door leefstijlinterventies in plaats van alleen symptoombestrijding met medicatie?
Ik geloof absoluut dat leefstijl een veel grotere rol kan spelen dan nu vaak gebeurt. Bij veel chronische aandoeningen zie je dat voeding, beweging, slaap en stress invloed hebben op het verloop van de ziekte. Daar kun je dus winst behalen. Soms voorkom je klachten. Soms stel je medicatie uit of heb je minder medicatie nodig. Dit heeft een groot voordeel, want medicatie heeft vaak weer bijwerkingen. Zo kunnen reuma- en artroseklachten aanzienlijk verminderen door een plantaardig dieet, omdat er hierdoor minder ontstekingen zijn. In het onderzoek Plants for Joints bleek plantaardige voeding net zo effectief als medicijnen.
Volledig genezen of ziekte voorkomen kan helaas niet. Gezondheid en ziekte ontstaan niet zomaar uit het niets. Het is een optelsom van genetica, levensstijl en omgevingsfactoren. Mensen denken nog weleens: “Als ik maar gezond eet, dan overkomt mij niets.” Ook dat klopt helaas niet, maar je kan met een gezonde leefstijl zeker de kans op veel fysieke en mentale aandoeningen verkleinen.
Denk aan hart- en vaatziekten, diabetes type 2 en kanker. Maar sommige ziektes ontstaan door andere factoren. Zo kan kanker ook ontstaan als een verkeerde cel zich ongecontroleerd blijft delen, door omgevingsfactoren, voeding, straling, virussen of giftige stoffen. Mensen die jarenlang zijn blootgesteld aan pesticiden hebben een hogere kans op bepaalde vormen van kanker of neurologische problemen. Een vervuilde lucht kan longcellen beschadigingen en COPD en hart- en vaatziekten bevorderen.
Stel, iemand wil vandaag beginnen met een gezonder leven, maar voelt zich overweldigd. Wat is de eerste, kleine stap die jij diegene altijd adviseert?
Gooi niet je hele leven in een keer om, maar kies één ding om op te focussen. Naast dat grote veranderingen te overweldigend zijn, is het ontzettend moeilijk om gedrag te veranderen. Als je in een keer alles anders doet, is de kans groot dat je snel terugvalt. Duurzame leefstijlverandering vraagt om kleine stappen. Stel een SMART doel, maak een plan én een terugvalplan. Heb je een doel gehaald? Dan voeg je weer een extra doel toe.
Wat is jouw eigen favoriete gezonde gewoonte waar je absoluut niet zonder kunt, zelfs op een drukke dag?
Dat is simpel, maar verrassend. Mijn kat aaien. Dat klinkt als iets wat helemaal niet met een gezonde leefstijl te maken heeft, maar dat is wel degelijk zo. Huisdieren kunnen een rustgevend effect hebben en door knuffelen komt het gelukshormoon vrij. Ook helpt het mij om even een moment rust te nemen.
Daarnaast ben ik bijna dagelijks te vinden in de sportschool. Niet om zo gespierd mogelijk te worden. Krachttraining helpt mij om mentaal weerbaar te zijn en mijn hoofd leeg te maken. Daarnaast heeft krachttraining enorm veel voordelen voor je gezondheid.
Meer weten over Claire? Je kunt Claire volgen op LinkedIn of neem eens een kijkje op haar website www.claireincontext.com. 
Gepubliceerd op 22 februari 2026. Laatste review op 23 februari 2026, 18:03 door Alex








